maandag 22 november 2010

Minustah

De vredesmacht 'Minustah' bestaat al sinds juni 2004 in Haïti, maar sinds de aardbeving wordt het land en met name de hoofdstad letterlijk overspoeld door zwaarbewapende soldaten van over heel de wereld. De Minustah is omnipresent, stap tien minuten over straat in Port-au-Prince en je komt gegarandeerd een konvooi tegen. Dit initiatief van de Verenigde Naties lokt sinds kort heel wat boze reacties uit omdat de cholera blijkbaar het land zou zijn binnengebracht via Nepalese blauwhelmen die in de regio gestationeerd zijn. 

Een voorbeeld van de slagkracht van de 'Minustah': één dag na de aardbeving namen soldaten van de Verenigde Staten de luchthaven van Port-au-Prince over. Die militaire 'coup' op de luchthaven was nodig omdat de verkeerstoren was uitgeschakeld en het hele luchthavenverkeer een week lang werd geregeld vanuit een tent naast het tarmac met ingevlogen Amerikaanse navigatie-apparatuur. Dat leidde overigens nog tot een rel toen de mannen van het B-Fast reddingsteam midden januari 2010 niet mochten terugkeren omdat de Amerikaanse bezetter van de luchthaven voorrang gaf aan toestellen uit de US. Dus werden ze met een Hercules vliegtuig van de US army naar de Dominicaanse Republiek overgevlogen. Daar mocht het Belgische legervliegtuig hen wél komen oppikken.

Ander voorbeeld: alle officiële tentenkampen worden gecontroleerd door gewapende milities van de Minustah (zie foto). Het ziet er redelijk akelig uit, maar dit zijn wel kampen met structuur en met een minimum aan afspraken, zoals aparte plaatsen voor toiletten. Ook de watervoorraad wordt permanent bewaakt, niet slecht in tijden van cholera. Anders is het gesteld in de honderden niet officiële tentenkampen. Die zijn spontaan opgericht door Haitianen in nood, soms gewoon op een rond punt of op een plein, zelfs op het enige golfterrein in de hoofdstad. Die kampen worden niet zelden bestuurd door bendes en het is geen goed idee om daar verloren te lopen.

Maar diezelfde vredesmacht heeft ook haar beperkingen. Zo mag bij agressie op straat de Minustah niet ingrijpen. Dat is een zaak voor de Haitiaanse politie. Vroeger riepen de Haïtianen scheldwoorden als 'Minustah se Tourista!' naar de soldaten. Nu roepen ze alsmaar vaker 'Minustah se Cholera!'.

Zelf ondervind ik geen persoonlijk voordeel bij de aanwezigheid van de Minustah in dit land. De manschappen staan namelijk niet in voor de veiligheid op straat (tenzij bij politieke betogingen of bendes in opstand). Ze zorgen er bovendien voor dat alle blanken een slecht imago krijgen. En tot slot zijn hun buitensporig hoge salarissen mee verantwoordelijk voor de schandalig hoge prijzen voor woningverhuur en andere basisvoorzieningen.

Waar gaat het bij elkaar geraapte geld van de internationale gemeenschap naar toe? Wel, het gaat voor een aardig stuk naar het onderhoud van de Minustah. Die mannen hebben werkbudgetten om van achterover te vallen. En de Haïtianen, die mogen kok, vertaler of chauffeur spelen. De nieuwe slaven?
Deze persoonlijke perceptie doet misschien niet terzake en is bovendien niet gefundeerd - hoe kan het ook als ik hier nog maar een maand ben - maar ik wilde het toch even kwijt...

Het oude gebouw

Toen ik vorige week mijn computer van het werk aan het uitmesten was, kwam ik een hele reeks foto's tegen van de schade aan het gebouw waar Groupe Medialternatif tot 12 januari gevestigd was. 

Iedere afdeling had er zijn eigen ruimte en de beide directeurs hadden een apart bureel. Toen de aarde op 12 januari begon te beven was iedereen gelukkig al naar huis, behalve de poetsvrouw, die daar eigenlijk woonde. Ze weet zelf nog altijd niet hoe ze levend uit het gebouw is geraakt. Feit is dat ze geen schrammetje heeft opgelopen en dat ze vandaag nog steeds de poetsvrouw is in ons nieuwe onderkomen. Soms komt ze enkele dagen niet, dan helpt ze de eigenaar van het ingestorte gebouw met het opruimen van de brokstukken en de heropbouw.

De man op de foto is mijn baas, Gotson. Hij stuurt me stilaan wat meer opdrachten door. Zoals van de week nog, toen hij vroeg terug contact op te nemen met een Nederlandse organisatie die met een redelijk concrete opdracht was komen opzetten, maar hij had door omstandigheden het contact niet onderhouden. "Wacht", zei hij, "ik stuur je het hele emailverkeer door, dan ben je meteen van alles op de hoogte". Ik merkte tot mijn verbazing dat de laatste mail dateerde van ... 22 mei. Dit waardevolle contact was 5 volle maanden volledig in de koelkast gestopt. 

Waarom? 
Welkom in Haïti.

Als bij wonder doet de stichting in Nederland heel gewoontjes over de maandenlange onderbreking. Misschien komt het toch nog allemaal goed...

dinsdag 9 november 2010

TOMAS

Eindelijk eens mogen werken! Ik krijg nogal wat mailtjes van mensen die vragen wat ik hier precies kom doen? Wat soort werk die illustere Broederlijk Delen-coöperant Hans precies gaat uitvoeren? 

Wel, daar ben ik nog niet helemaal uit. Zowel de altijd afwezige directeur Ronald als de redelijk afwezige directeur Gotson hebben mij beloofd om het daar binnenkort eens over te hebben. 

Dus leer ik ondertussen de studio en haar medewerkers kennen. 

Er is behoorlijk wat materiaal en het is van goede kwaliteit. Even een technische inventaris: twee Macbook pro's met FCP, één Sony Z5u camcorder met memory dock (HDV), één kleine Panasonic HDC -TM300 HD camcorder, twee statieven, twee microfoons, één wireless microfoonsetje van Sennheiser, een cameralampje, en twee externe harde schijven. Er is ook nog een Sony PD170 camcorder met statief, maar die raakte op 12 januari jammer genoeg zwaar beschadigd en dient nu enkel als backup. Verder heb ik zelf een Macbook Pro met FCP en een Canon D7 bij me, een Zacuto Z-finder, een Rhode microfoon en een monopod. Al het audiovisuele materiaal van Groupe Medialternatif zit in één grote rommelkast en het is mijn bedoeling daar eerstdaags eens grote kuis in te houden. Eerste werkje, dacht ik zo.

Voor de aardbeving had ieder zijn eigen bureel, maar het ganse gebouw is op 12 januari ingestort en het team van GMA (Groupe Medialternatif) zit nu dicht bij elkaar in één ruimte. Gotson, de directeur, Evelyne, de secretarese, Ralph, de journalist, Francesca, de journaliste, Beethoven en ik. Er is ook nog een chauffeur die enkel opdaagt als de auto start en dat is niet zo vaak en tot slot is er nog een huishoudster die koffie zet en s' middags eten haalt.

Vrijdag 5 november. Ik noem het mijn eerste echte werkdag. Door de onheilspellende aankondigingen van cycloon Tomas had iemand binnen de regering beslist dat alle economische activiteiten op vrijdag onderbroken werden. Iedereen werd aangeraden thuis te blijven. Van die verplichte congé heb ik alvast niet veel gezien. Gotson belde me rond een uur of 11 thuis op. Hij wil in de tentenkampen wat sfeerbeelden van overstromingen en evacuaties gaan filmen en eventueel ook enkele getuigenissen van bewoners opnemen. 

Ik trek mijn regenjas aan, neem een Snickers en mijn camera mee en rij samen met de chauffeur en met Beethoven (zalig, helemaal geen verkeer op de straat!) naar een tentenkamp. Nu moet ik zeggen dat het op dat moment helemaal niet zo erg aan het regenen of waaien was. Maar iemand wist ons wel te vertellen dat sommige mensen uit voorzorg vanuit het kamp naar een overdekte zaal waren geëvacueerd. Toen we daar aankwamen was er net een vrachtwagen bezig met het uitdelen van dekens en voedsel. Beethoven wist er een misnoegde man te strikken die voor de camera wilde getuigen over de mensonwaardige omstandigheden waarin hij en zijn zoontje terecht waren gekomen. Aan en rond die vrachtwagen werd behoorlijk wat geduwd en getrokken. Ik probeerde bijna het handje van Beethoven en de chauffeur vast te houden:) Het lukte me toch om de interviews op te nemen. Beethoven zorgde voor de invulbeelden.




Gotson belde me vrijdagavond op met de vraag alvast te starten met de montage, want hij wilde op zaterdag middag iets kunnen voorstellen op een persconferentie. En zo kwam het dat ik op vrijdagavond met de hulp van Lies de beste stukjes uit de interviews zat te selecteren en een structuur maakte van de reportage. Het werden een dikke drie minuten waar ik niet helemaal tevreden over was. Een teleurstellend non-item eigenlijk: er waren helemaal geen weggewaaide tenten of geen lelijke overstromingen. (Tussen haakjes: we waren iets te vroeg op pad want drie uur nadat we terug thuis waren van de opnames begon het uren aan een stuk hevig te regenen - dan wil je niet in een tent zitten, neem dat van mij aan.)

Zaterdagvoormiddag kwam Gotson naar mij thuis om de reportage te beoordelen. Hij vond het super. Zaterdagmiddag om 14 uur stond het item op de website van Alterpresse en op YouTube. 

Montcel

Hotel Montcel vindt het nodig om elke dag een lelijk reclamespotje op de Haïtiaanse Nationale Televisie te tonen. 

In werkelijkheid zien het hotel en de omgeving er stukken beter uit dan wat de advertentie belooft. Montcel is opgevat als een ranch; er staan op een terrein van diverse hectaren verschillende chalets met telkens een kamer of vier. Centraal ligt het hoofdgebouw met de administratie en het restaurant met het mooie terras. Van op dat terras heb je een fantastisch zicht naar beneden. Je ziet tot helemaal onder aan de berg, waar Port au Prince in de zon zit te verbleken, en daarachter zie je de Caraïbische zee met een paar grote tankers die even buiten de kust voor anker liggen. 










We zitten op 1650 meter hoogte en dat verklaart natuurlijk het temperatuurverschil. Elke dag stijgt de temperatuur hier tot 22 graden en 's nachts kan het tot 5 graden koud worden. Ik geniet van de natuur en maak lange wandelingen tot ik de twee mannen tegenkom die ons de dag ervoor de auto hebben helpen duwen. Ze proberen mij zo ver te brengen dat ik voor hen "een motorfiets" koop. Eentje voor hun twee, dat is voldoende. 
Ik ben bijna beledigd. Is het simpele feit dat ik een blanke ben, reden genoeg om onbeschoft te worden? Sinds wanneer ben ik Sinterklaas? Ze vragen mij mijn gsm nummer, ik geef hen dat van Beethoven. Dat hij dat maar oplost. Ook niet mooi van mij, maar per slot van rekening heeft hij hen om hulp gevraagd. Ze bellen nog diezelfde dag naar Beethoven en hij legt hen uit dat de 'blanc' niet bereid is dat kado te geven. Hij komt overeen dat de heren 300 gourdes krijgen (omgerekend 7 euro) voor hun hulp. De mannen stappen heel de weg naar het hotel om dat geld te komen ophalen. Vraagt een van hen toch nog fijntjes aan mij of ik zijn dochtertje niet wil betalen om naar school te gaan. De megasalarissen van de duizenden medewerkers van de Verenigde Naties die hier zitten, of de torenhoge soldij van de honderden officieren van de vredesmacht MINUSTA: daar moeten we het later maar eens over hebben.

Maar ik wijk af. Op zondagavond organiseert de eigenaar een live optreden van een redelijk bekend zangeresje dat onlangs een zangwedstrijd won op tv. Het optreden is super en de zaal is enkel verlicht met kaarslicht. Zalig. Daarna gooit de disc jockey er een paar Kompa's tegen aan, dat is hier in Haïti naast Racine het meest populaire genre. Nadette, de vriendin van Beethoven, danst met mij een trage Kompa. Mijn eerste. Ze zegt dat ik het goed doe.

Die nacht slaap ik prima onder de twee dekens en een sprei. Morgen terug naar de hitte!

woensdag 3 november 2010

DE TOYOTA

Beethoven. Dat is de naam van mijn collega. Hij is 33 jaar, Haitiaan, getrouwd geweest, zoon gehad, zoon verloren, vervolgens gescheiden en nu weer sinds 2 jaar verloofd met een andere Haitiaanse.
Maar verliefd is hij op zijn Toyota DX met een 1800 benzine motor met 16 kleppen.
Zijn auto is 18 jaar oud. Ik kan me niet voorstellen dat die auto 10 op 100 haalt bij een technische keuring in om het even welke autokeuring in België. Maar man, wat is hij trots op zijn Toyota. 

Het buitenzicht van de auto:



Afgelopen weekend was het hier net zoals in België allerheiligen en allerzielen en Beethoven wil me laten kennismaken met 'het andere Haïti". Ik heb de afgelopen weken iets te veel shit over mijn kop gekregen (cholera en zo) en Beethoven nodigt me uit om samen met zijn vriendin een weekendje naar Kescof te gaan, ver weg van de drukte van de stad en ver weg van de cholera dreiging. 

Hij telt zijn spaargeld bij elkaar en ik mijn geduld (hij verandert 27 keer van gedacht) en samen beslissen we uiteindelijk om van zaterdagmiddag tot maandagmiddag een vol pension te nemen in hotel Le Montcel (www.) in Kescof. Volgens de website is het de enige ecolodge in heel Haïti. Wat mij vooral aanspreekt is dat het op 1600 meter ligt - lekker fris dus - en op maar 25 km van Port-au-Prince. Wat mij minder aanspreekt is dat je vooraf 50 % moet betalen en dat je daarvoor naar het centrum van de stad moet rijden. Waarom kan dat niet telefonisch met je visa kaar nr door te geven? Die stomme reservatie kostte ons vrijdag welgeteld drie uur! In Port-au-Prince rij je werkelijk maar 5 kilometer per uur. Wandelen gaat even snel, maar jammer genoeg is er geen stoep in de stad, laat staan enig respect voor voetgangers. 

Beethoven zegt vrijdagavond: "ik kom je zaterdag tussen elf en twaalf uithalen". 
Beethoven belt zaterdagochtend: "ik kom je straks om één uur oppikken".
Beethoven belt zaterdagmiddag: " ik kom je straks om twee uur oppikken".
Beethoven belt zaterdagnamiddag: "ik kom je straks om drie uur oppikken".
Om kwart over drie staat Beethoven helemaal in het zweet voor de deur. Of hij zich even mag verfrissen. Hij gaat snel onder de douche, trekt andere kleren aan, en weg zijn we. Naar Kescof.

Naar Kescof?

We rijden eerst naar het kantoor, waar hij zijn sandalen gaat oppikken.
Daarna rijden we naar de plaatselijke fastfoodtent, waar zijn vriendin een portie vleesballetjes gaat uithalen om te delen.
Daarna rijden we naar het tankstation.
Daarna rijden we naar een neef van hem, waar hij het waterniveau van de radiator van zijn Toyota bijvult.
Daarna stoppen we bij een straatventer waar hij een fles Haïtiaanse rum koopt. 

Daarna rijden we naar Kescof. Het wordt ondertussen donker. 
Kescof ligt 15 kilometer buiten Port-au-Prince. Maar het hotel ligt in een achterhoek van Kescof zelf en om er te geraken moet je nog 8 extra kilometers over een pad rijden dat - zo benadrukte de mevrouw waar we de reservatie deden - enkel te berijden valt met een jeep. Beethoven heeft geen jeep maar hij vertrouwt 100% op zijn Toyota. 

Die laatste 8 kilometers zijn puur adrenaline. De weg is een pad van stenen en keien en gaten en plassen en modder en bulten. De auto heeft veel te weinig grip en de grondspeling is veel te klein. De auto kreunt en piept zijn weg omhoog, en het onderstel krijgt verschrikkelijk veel slaag van stenen die uitsteken. 
Als we de eerste keer volledig komen vast te zitten is het pikdonker. De vriendin van Beethoven en ik moeten uitstappen om de auto iets verder van de grond te krijgen. Daarna moeten we op zijn teken de auto aan de voorbumper proberen omhoog te tillen terwijl hij volle gas achteruit probeert te rijden. De banden krijgen niet genoeg grip en mijn sandalen zitten al onder de modder. Terwijl ik mijn stevige schoenen en mijn zaklamp uit mijn rugzak opdiep, komen er twee mannen als uit het niets hun hulp aanbieden.

Tevergeefs. 
We blokkeren overigens de weg en er komt een tegenligger aan. Die heeft al snel door dat hij ons zal moeten helpen als hij verder wil geraken. De eigenaar van de jeep verbindt een stel koorden tussen de voertuigen en trekt ons los. We kunnen verder. 

Beethoven vraagt de twee mannen om met ons mee te rijden, zodat we wat meer mankracht hebben als we nog eens vast komen te zitten. Dat is goed bekeken van hem, want een halve kilometer verder rijdt hij zichzelf opnieuw vast in een diepe geul. 

Er daalt ondertussen een dikke mist over het duistere landschap. Met zijn allen slagen we er deze keer in de auto los te trekken. Maar het gewicht van de twee mannen is te groot om de volgende helling op te rijden en dus beslissen ze om achter de auto aan te lopen. We raken nog net die helling op maar vijf dikke keien verder - de auto slaat tegen stenen en botst en klotst dat het geen naam heeft - komen we finaal vast te zitten. De motor slaat bovendien af. 

We stappen uit, en we ruiken meteen een sterke benzinegeur. Later zal blijken dat één van de stenen de toevoerleiding van de benzine onder aan de auto heeft doorgesneden (we hebben ook een lekke voorband, maar dat is een futiliteit). Er komt een vrachtwagen aangereden, na een paar minuten wachten begint de chauffeur ongeduldig te worden want wij blokkeren de weg. Met z'n allen slagen we er in de auto naar beneden tussen de struiken te duwen, waardoor de vrachtwagen zijn weg omhoog kan verder zetten.

Daar staan we. De auto start niet meer. Beethoven belt naar het hotel en de eigenaar vertelt hem dat hij ons komt oppikken met zijn jeep. De tijd die ons rest gebruiken we om onze bagage uit de koffer te halen. En om de batterij uit de auto te halen; blijkbaar is dat zowat het einige onderdeel aan de wagen dat voor diefstal in aanmerking zou komen. Maar als de eigenaar uiteindelijk aankomt (later zal blijken dat wij van die acht kilometer 'dirt road' ongeveer tot in de helft waren gekomen) vindt hij het beter om de auto helemaal tot aan het hotel omhoog te slepen. Beethoven monteert de batterij opnieuw, zijn vriendin en ik stappen in de auto van de eigenaar en daar gaan we weer. Volgt nog een rommelige optocht doorheen de mist waarbij twee keer het touw tussen de Toyota en de jeep afbreekt. Ik zie op de buitentemperatuur meter in de jeep dat het buiten 7 graden celcius is.

Als we eenmaal boven zijn, is het kwart voor negen. Ik verrek van de honger en probeer niet te denken aan het feit dat we twee dagen later met de Toyota terug naar beneden zullen moeten...


PS: het feit dat deze tekst gepubliceerd is, betekent dat we zonder kleerscheuren terug in Port au Prince zijn aangekomen. Chapeau voor Beethoven en zijn Toyota.

donderdag 28 oktober 2010

Goei wei

Ook al heb ik een appartement gehuurd vanaf begin oktober, lukt het me maar niet om te verhuizen. Ik ben zelfs nog niet één keer gaan kijken naar mijn appartement. Ik begrijp zelf niet zo goed waarom alles hier zo moeilijk is. Een bed kopen... dat zijn in totaal twee bezoeken aan de bank en drie bezoeken aan de winkel waar ze het bed verkopen. Eindelijk hebben ze gisteren het bed geleverd op het adres waar ik ga wonen. Nu blijken de poten te ontbreken...

Tot nader order verblijf ik in het huis van Ronald en vorig weekend had ik tijd genoeg om enkele foto's van de familie, het huis, de hond Zig en de straat te maken. Dit, moet je weten, is een woning van een gezin waar beide ouders werken. De woning ligt tamelijk rustig, maar alles is eigenlijk rustig als er geen electriciteit is. We gaan meestal om half tien slapen en staan om kwart voor vijf op. Een ritme dat ik niet van plan ben aan te houden zodra ik in mijn appartement zal wonen...

En dan denk ik soms: wat staan wij met z'n allen toch op een goei wei. We weten het alleen niet.

De foto's:

De straat, genomen aan de poort voor het huis.


De voorzijde van het huis.


Zicht vanaf het dak, waar de was op de lijn te drogen hangt.


Welkom in de living.

Foto's van de gezinsleden, waaronder de inwonende moeder en schoonmoeder. Wasjes worden hier uiteraard met de hand gedaan, en omdat er geen electriciteit is en het gasvuur ook stuk is gegaan, koken én strijken we op houtskool.








zondag 24 oktober 2010

Het zou niet mogen zijn

Afgelopen vrijdag de laatste dag van een seminarie rond RBM (Result Based Management) doorgeslikt.

Dat seminarie werd gegeven door Fabien, een Canadees uit Montréal, die ons vijf dagen na elkaar in een voormalig hotel van Club Med onderhield over wel heel erg theoretische dingen om een project binnen een non profit organisatie op te stellen, verkocht te krijgen aan donorlanden of donororganisaties, en het vervolgens ook te beheren en op te volgen. Het enige grappige er aan was het accent van de leraar. Een Canadees spreekt wel heel raar frans.

Haïtianen praten graag. Er kwam dus behoorlijk wat feedback uit de groep. De reacties hadden vooral betrekking op de urgenties die eigen zijn aan het land. Na 12 januari (dag vd aardbeving) werd alles anders en stapelde de ene urgentie zich op na de andere en belandden zelfs de mooiste projecten onderaan in de stapel. Fabien probeerde zich te herstellen en probeerde de begrippen 'prioriteit' en 'urgentie' van elkaar te scheiden, maar toen gisteren de geruchten van een cholera epidemie bevestigd werden, kon zelfs Fabien de aandacht van de groep niet langer vasthouden. Het was een schrijnend voorbeeld van hoe de harde realiteit komaf kan maken met mooi verpakte methodes.



Meer info over de cholera epidemie kan je overigens terugvinden op de website van de organisatie waar ik voor werk: http://www.alterpresse.org

Alle Haïtiaanse partnerorganisaties én coöperanten werden dus voor een week ondergebracht in de Club Med, nu Club Orchid.
De bekende hotelketen zag in de jaren zestig een toeristisch pareltje aan de Haïtiaanse Caraïbische zee nog wel zitten, en dat merk je ook aan de foto's die ik laatst op de blog zette. 
Maar de directie van Club Med hield dit hotel na een dikke tien jaar voor bekeken. Nu zit het hotel (half) vol met leden van de Minustah (leger Verenigde Naties), die in hun full combat outfit elke avond in de bar gedropt worden en er de volgende ochtend weer worden opgepikt.

De opleiding leerde mij vooral dat donorlanden in het Noorden (zoals België) en donororganisaties in het Noorden (zoals Broederlijk Delen) meer en meer regels gaan opleggen eer ze met geld over de brug zullen komen. In de fameuze verklaring van Parijs staat 'ownership' op de eerste plaats, dat wil zeggen dat de aanvrager in het ontwikkelingsland effectief eigenaar is van zijn project en zich ook zo gedraagt, maar in het licht van de RBM aanpak wordt dat begrip volgens mij nu wel lichtjes uitgehold. Wie geld wil krijgen, zal terug stevig in het gareel moeten gaan lopen en een strikte methodologie moeten volgen om te rapporteren aan de geldschieters.

Het luxeleventje in het hotel met airco zit er op. Op de terugweg kruisten we een konvooi van een twintigtal opleggers met drinkbaar water die de richting uitrijden van het gebied waar de cholera is uitgebroken. Blijkbaar dronken de bewoners van tal van dorpen rond de rivier "Artibonite" besmet water en zou daar de oorzaak liggen van de epidemie. In onze Toyota jeep wordt er furieus gereageerd op die tankwagens met water. Eén van de kandidaten voor de presidentsverkiezingen in november heeft namelijk alle opleggers volgeplakt met affiches met zijn foto op. Sinds wanneer is cholera ook al een thema in de verkiezingscampagne?

Ondertussen ben ik alweer terug in P-au-P en probeer ik vanuit een kantoor in het centrum een selectie te maken van de foto's die ik van het seminarie genomen heb. 

Ik laat aan Naimé - de dochter van directeur van de partnerorganisatie waar ik voor werk - een Vlaams liedje horen. 
Stijn Meuris en Raymond van het Groenewoud zingen zamen:

"Ik voel geen spoor van vrolijkheid
Ik wantrouw wat ik zie
En ik hoor:
la la la la la 
la la la la la,
Wat een fijne dag"

(uit 'Het zou niet mogen zijn')

Dat inspireert mij tot:

Het is vrijdag avond half acht. 
Het is terrasjesweer.
Maar er is geen terras.

Op de foto's:
Sfeerbeeld tijdens de opleiding;
Alle coöperanten die voor Broederlijk Delen werken in Haïti: Jef, Dirk, Lies, Gerrit en ikzelf. Er is nog een zesde coöperant, Joris, maar hij werd drie weken geleden na een motorongeval naar België gerepatrieerd;
Alle deelnemers aan de opleiding.
Meer sfeerbeelden van de opleiding vind je op http://web.me.com/hansmanshoven/gar