zaterdag 2 april 2011

Initiatie cursus audio-visuele technieken

In maart gaf ik een initiatiecursus in  audiovisuele technieken. De deelnemers waren de vaste ploeg van Groupe Médialternatif (Ralph, Francesca, Beethoven) aangevuld met twee stagiairs (Sylvestre en Jude Stanley).
Vijf deelnemers op de stoelen, 12 gsm's op de tafels. Zo goed als elke Haïtiaan heeft twee gsm's, eentje voor elk netwerk (Digicel en Voilà). Er is nog een derde netwerk (vgl Proximus, Mobistar en Base bij ons) en wie altijd aan het gunstigste tarief wil bellen of gebeld worden, loopt dus rond met 3 gsm's op zak. 

Het is niet makkelijk om op te boksen tegen 12 gsm's. Soms lukte het enkel met een afleidingsmanoeuvre, zoals een vijf-minuten break met salsa.

Op het eind van de basisopleiding moest elke journalist een korte reportage maken. In het voorbeeld hieronder heeft mijn collega Ralph mezelf als onderwerp gekozen...


zaterdag 19 maart 2011

Verkiezingen, finale ronde

Morgen is het weer zover. De Haïtianen gaan voor de tweede keer in drie maanden tijd stemmen. De huidige president wordt binnenkort vervangen door een nieuwe: de titanenstrijd gaat tussen Martelli, een zanger, en Manigat, de zeventig jaar oude echtgenote van een voormalig president.

Om de boel nog wat explosiever te maken dan dat ie al was, is gisteren ex president Aristide in Port au Prince aangekomen. De man zat de afgelopen 7 jaar in Zuid Afrika en mocht het land niet meer in. Net zoals die andere ex president, Duvalier ofte Baby Doc. Die kwam al terug uit zijn ballingschap in december. 

Nooit eerder waren er zoveel presidenten in Haïti per vierkante kilometer.

De vredesmacht van de UN, MINUSTAH, gaat handenvol werk hebben om de verkiezingen in goede banen te leiden. Maar ik denk zo, laat die mannen eindelijk eens werken, want als je de onderstaande tabel van nabij bekijkt, merk je dat (volgens hun eigen bronnen nota bene) de UN vredesmacht opdracht in Haïti per dag iets meer als 1 miljoen Amerikaanse Dollar kost.

Hoeveel Haïtianen kan je daarmee te eten geven?


Ook de andere cijfers in de tabel zijn hallucinant. Tijdens de eerste verkiezingsronde werd er 29 USD per stem uitgegeven aan veiligheid (politie, UN vredesmacht, ... zonder het budget van de kandidaten zelf mee te rekenen).

Strafst van al: de verkiezingsronde van 28 november was een farce. Vandaar dus morgen een nieuwe en finale stemming. 

Benieuwd wat dat gaat geven.

Pa Dekouraje

Niet dat carnaval helemaal aan mij is voorbijgegaan. 
Wilzair, chauffeur bij Groupe Médialternatif en zowat mijn beste maatje in de organisatie, verdient 250 gourdes per dag, dat is zo'n 5 euro. Daarmee komt die jongen met twee kinderen natuurlijk niet toe, dus is hij naast chauffeur ook loodgieter, acteur en zanger. 


Wilzair de zanger wilde voor carnaval een videoclip opnemen van zijn laatste nummer "pa dekouraje", wat zoveel wil zeggen als "pas decourager", wat zoveel wil zeggen als "laat je niet ontmoedigen". Ik deed hem een groot plezier met mijn aanbod om zijn clipje gratis en voor niks op te nemen en te monteren, maar eigenlijk deed ik er mezelf nog een groter plezier mee want je maakt wat mee als je een Haitiaanse videoclip gaat filmen.


Nu, een echte carnavalsklepper gaat "pa dekouraje" nooit worden. Het thema van het liedje is AIDS. Vrij vertaald, klinkt het ongeveer zo: "Als je aids hebt, is dat niet zo erg. Gebruik in het vervolg een condoom. En laat je vooral niet ontmoedigen." 
Wel, dat is niet meteen een onderwerp om vrolijk van te worden. Ik verwachtte een dijenkletser met een titel als 'dos cervecas por favor', 'wij doen vannacht het licht wel uit' of 'een beetje spuug doet wonderen, vooral van onderen', maar nee, we gaan in "pa dekouraje" de preektoer op.

Wilzair wilde niet helemaal in zijn eentje zingen (correctie: playbacken)en bracht daarom nog een man of zes extra mee. En samen gingen ze dan ook plotseling een verhaaltje bij elkaar acteren. Dus: een meisje wordt in de bosjes verkracht, het meisje is verdrietig, de jongen wordt opgepakt en verdwijnt in de gevangenis, bij de dokter luidt het verdict 'aids', maar het meisje neemt medicijnen en gebruikt vanaf nu een condoom. Het werd allemaal op een heerlijk amateurische manier in scène gezet door Wilzair en zijn vrienden. 

Hopelijk komt de clip ooit op tv. In Haïti. 


zaterdag 12 maart 2011

Carnaval

Helemaal tegen hun zin hadden de Haïtianen carnaval in 2010 overgeslaan. De aardbeving was plots prioriteit nummer één geworden en iedereen die wilde feesten, moest zijn goesting een jaartje ophouden.

Nu waren ze er klaar voor: de drie weekends voor het eigenlijke carnaval werden erg luidruchtige pré-carnaval feestjes gehouden en op zondag 6 maart was het kot te klein in Port au Prince. In Haïti lopen een pak carnaval zotten rond en die kruipen met z'n allen samen op Champs de Mars waar een lange stoet van carnavalwagens vol met meisjes met pluimen in hun gat defileert. 

Te druk. Niet aan mij besteed. Dat dachten zowel ik en Ingrid als Lies en Joe en Mathias en onze benedenbuur Ann. Dus trokken we met de auto die Ann op haar werk had kunnen uitlenen voor vier dagen naar Port Salut, een vissersdorpje aan de Caraibische zee in het zuiden van het land.

hangmat op het strand
Port Salut is het geboortedorp van ex President Aristide. De man leeft nu in ballingschap in Zuid-Afrika, maar hij heeft zijn vroegere dorpsgenoten net voor hij het land werd uitgezet nog een kadootje gedaan. Netjes afgeboorde straten, water voor iedereen en elke dag electriciteit van 18 uur tot 5 uur in de ochtend. Port Salut blijft ook anno 2011 één van de mooiste plekjes van Haïti. 

Het beste plekje in ons hotel? De hangmat. Alle andere hoekjes en kamertjes waren puriteins van inrichting. Zelfs de basisinfrastructuur waar wij op hadden gerekend bleek afwezig. 
hangmat van het hotel
Een pompbak en een spiegel? Jammer maar helaas.
Dit is het alternatief voor de pompbak.
pompbak = grote emmer

Rechts de douche (blauw zeil), achteraan het toilet (rood deurtje). 



Laat ons zeggen dat we eindelijk het echte Haïtiaanse leven hebben leren kennen... En daar hoort gelukkig ook een verrukkelijke kreeft bij. Die halen ze in de vroege ochtend uit de zee, daarna marineren ze de kreeft een uur in een speciale licht pikante saus en daarna gaat ie de barbecue op. Een pluim voor de Haïtiaanse keuken!

Terwijl Lies en Joe zich over Mathias ontfermden, maakten Ann, Ingrid en ik lange wandelingen over het eindeloze strand. Op het eind van het strand was er een leuk barretje waar we onszelf elke keer weer trakteerden op Rum Sour. Dat maakte de tongen los. Ann vertelde ons over haar diep Christelijke overtuiging. Zij schrijft elke dag in haar dagboek en haar teksten zijn eigenlijk een dialoog met God. Enfin, heel veel respect voor Ann, maar het lijkt ons echt niet makkelijk om in deze wereld als jongere te kunnen blijven geloven in de letterlijke tekst van het scheppingsverhaal in de Bijbel. Ann is iemand die een gesprek weet gaande te houden. Zij is heel nieuwsgierig naar hoe Ingrid en ik over dingen denken en ze was ook bijzonder direct in haar vragen over onze relatie. Eigenlijk wel toffe gesprekken, zo languit op het strand met een Rum Sour binnen handbereik en de azuurblauwe Caraibische zee aan de horizon. 

En als we dan bij valavond terug naar het hotel wandelden, kropen donkere wolken samen boven de zee, als ware het om Ingrid en mezelf -arme zondaars- even een lesje te leren. Maar het bleef bij een dreiging. God liet het nooit regenen in Port Salut.


zondag 27 februari 2011

Zwembad hotel Montana, revisited

Helemaal aan de rand van Port au Prince ligt het schitterende hotel Montana. Op 12 januari 2010 werd het hotel grotendeels verwoest. Er werd vrij veel persruchtbaarheid aan gegeven omdat er toen veel buitenlanders, 'blans', niet meer levend uit hun kamer zijn geraakt.



De restanten van het hotel zijn blijven liggen, en even verder verrijst een nieuw hotel onder dezelfde naam. Met een prachtig zwembad. Ik leerde het kennen via Andrea, een Belgische verpleegkundige die tot voor twee maand voor Artsen zonder Grenzen werkte in Haïti. Op de foto hieronder zit ik tussen Andrea en haar Peruviaanse collega Luz.



De tweede keer ging ik er naar toe met Erin, een jonge vrouw uit Washington DC die mij via Couchsurfing had gecontacteerd. Zij werkt eigenlijk op 200 meter van mijn bureau en na onze eerste kennismaking, hier in hotel Montana, zijn we nog een paar keer samen gaan lunchen in Pétionville.



En alle volgende keren dook ik het frisse water in met Ingrid. Vandaag kwamen we er twee bekende gezichten tegen: Reto, een Zwitser die voor Caritas werkt, en Katarina, een Zweedse die voor de Amerikaanse organisatie TechnoServe werkt. En die hadden allebei hun portable computer meegebracht. "Nergens in Haïti vind je zo een snelle verbinding!" Dus weet ik wat ik volgende keer in plaats van mijn fototoestel ga meenemen.

dinsdag 22 februari 2011

Zanglais, een paradijsje aan zee

We waren naar een iet of wat bourgeois feestje geweest in de bibliotheek van de Pétionville Golf Club. Die Golf Club is nu een tentenkamp, maar het hoofdgebouw herbergt nog altijd een bibliotheek waar leden om de twee weken een wine tasting organiseren en ondertussen over boeken en paradijslijke plekjes in Haïti praten. We leerden er de immer enthousiaste Jacqueline kennen, die al meer dan 30 jaar in Haïti woont en waarschijnlijk het enige reisbureau van Haïti runt. Toen ze hoorde dat we op zaterdag naar Les Cayes zouden reizen, raadde ze ons aan een hotelkamer te boeken in Jardins sur Mer. Dat hotel ligt op drie uur rijden van Port au Prince. We konden met Beethoven meerijden. Hij ging immers dat weekend zijn grootmoeder bezoeken in Les Cayes.

Zo gezegd, zo gedaan.

Maar de auto van mijn collega is 22 jaar oud en werd al eens helemaal de stukken vaneen gereden op weg naar Kenscoff (zie mijn blogtekst in november). Onze uitstap begon met een bezoek aan de garage, want er haperde iets aan de remmen. Daarna tankten we de auto vol (dat is de afspraak, wij rijden mee maar wij vullen de auto) en rond een uur of 2 werden we gedropt in ons hotel.

Wat een ontvangst! De hotelbaas, die drie woorden Nederlands (waaronder godverdomme) spreekt, verwelkomt ons met de glimlach, een fris pintje en een paar hapjes. Zijn dochter is met een Bruggeling getrouwd, stel je voor! Dat verklaart de Vlaamse woordjes. Na een half uur kennen we zijn levensverhaal, en na een uur vraagt hij Ingrid of hij haar business partner wil worden. Hij heeft dringend een receptioniste nodig voor de auberge, maar ook een soort marketing manager om een megalomaan project waar hij mee in zijn kop zit, te verkopen aan rijke expats. Hij is namelijk eigenaar van de berg die zo prachtig de zee in twee klieft (zie foto's) en hij heeft er 20 loten op verkaveld die hij nu aan 20.000 usd per lot wil verkopen. We krijgen de plannen te zien, maar goed, dit is niks voor ons, wij zijn hier vooral om uit te rusten en te genieten.



En genieten, dat doen we! s'Avonds eten we een superlekkere Langouste aan een tafel die we delen met Joseph, een videorealisator uit Canada, Katarina, een Zweedse die voor Technoserve (business solutions to poverty) werkt, en Ralph, een hele rare ex bankier uit Portugal die nu pastoor is geworden in Boston en af en toe naar Haïti reist om de spullen die hij in Boston inzamelt (zoals nu: een generator) bij een arme boerengemeenschap in Haïti af te leveren.

Ik heb meer foto's op http://web.me.com/hansmanshoven/jardinssurmer gezet.

Vierentwintig uur later worden we terug opgepikt door Beethoven. Het is dan zondagmiddag half drie. Maar we zijn nog lang niet thuis.

15u30: lekke band

15u35: reservewiel heeft ook een lekke band

15u50: caoutchou-man gevonden langs de kant van de weg

15u55: krik nr 1 doet het niet, het wiel komt niet van de grond

16u00: krik nr 2 werkt

16u00: we staan langs de kant van één van de hoofdwegen van Haïti, route nationale nr 2, en om het voorbijrazende verkeer aan te manen vaart te minderen legt de caoutchou-man een andere band op de weg bij wijze van gevaardriehoek

16u15: er komen steeds meer mensen uit de bosjes te voorschijn om te kijken naar twee blanke mensen

16u30: een papa duwt zijn wenend kindje in de richting van Ingrid en mij. Het is duidelijk dat dit kind nog nooit zo een stel lelijke gedrochten heeft gezien

16u35: de band is van de velg

16u40: Beethoven vertrouwt het niet, de jongen die de band probeert te repareren is zo'n 14 jaar oud, er staan tientallen jongeren het spektakel aan te staren, leunend tegen hun moto

16u45: de lekke band is een tubeless band, maar Beethoven wil dat de mekanieker er een binnenband in steekt voor de zekerheid

16u50: de mekanieker vertrekt met één van de brommers, op zoek naar een binnenband van de juiste maat

16u55: de zon gaat langzaam onder, een buur komt aanzetten met stoeltjes voor de arme 'blancs' die met zichzelf geen blijf weten

17u10: de mekanieker is teruggekeerd met een binnenband

17u20: het is hem gelukt om de binnenband tussen de velg te wringen

17u25: een compressor wordt aangesleept, komt sputterend op gang, de band wordt opgepompt

17u30: de band wordt terug vastgeschroefd onder de auto

17u35: de rekening is 400 gourdes (8 euro) maar niemand kan teruggeven van het briefje van 1000 dat Beethoven heeft

17u40: Beethoven rijdt (zonder ons) naar het dorpje verderop om het geld te wisselen, het is nu donker

17u45: Beethoven is terug, betaalt, en we vervolgen onze weg

18u45: we komen aan in Port au Prince, maar het is elke zondagavond pré-carnaval in de binnenstad. Er is geen ontkomen aan. Welke straat we ook proberen, overal botsen we op vrachtwagens vol met luidsprekers die de straten blokkeren; Overal lopen mensen, duizenden mensen. In het donker. Overal is muziek. En overal is stof.

20u00: terug thuis.

Sen Mak

Mijn mototaxi-chauffeur heet Sen Mak. Hij doet het al twintig jaar. Is de oudste in de stal. Er is een soort van pikorde tussen mototaxi's, me dunkt. Maar Sen Mak leidt al enige tijd Delmas 75, de buurt waar ik woon. Hij krijgt dus alle 'blancs': verder dan dat kan je helaas niet doorgroeien in deze taxibusiness. En wat wil een 'blanc'? Veilig aankomen op de plek waar hij naar toe wil. Dat heeft Sen Mak wel begrepen: hij rijdt altijd erg rustig en als ik eens een keer mijn helm vergeet, gaat hij direct in alarm modus. Mijn helm, dat is die fietshelm die je op de foto ziet.



Verder hanteert Sen Mak ook het vaste principe dat een 'blanc' meer betaalt dan 'un nègre'. Maar het tarief valt mee: omdat ik elke dag met hem werk, heeft hij zijn prijs naar beneden gehaald: 250 gourdes per dag (5 euro).





Een principe dat Sen Mak nog niet meester is, is op tijd komen. Ik heb hem eens een eenvoudig voorstel gedaan: "als je meer dan een kwartier te laat op de afspraak verschijnt, geef ik je die dag geen 250 gourdes maar slechts 200 gourdes; maar omgekeerd kan jij ook geluk hebben Sen Mak, want als ik meer dan een kwartier te laat ben, krijg je die dag 300 gourdes. Iedereen kan winnen, iedereen kan verliezen." Sen Mak vond het geen goed idee en omdat ik eigenlijk niks beter kan krijgen dan hem, ben ik hem maar als mijn vriend gaan beschouwen.

Elke dag komt hij mij thuis om half acht afhalen met zijn 125 cc van Chinese makelij, en komt hij me opnieuw om half vijf aan mijn bureau ophalen. In mijn buurt, die dus ook de zijne is, kent hij iedereen. De politie: zijn vrienden. De kleine handelaartjes langs de straat op Delmas 75: zijn vriendinnen. Alle voetgangers: zijn vijanden.

Soms vraagt hij me om twee of drie dagen vooruit te betalen, om het schoolgeld van zijn kleindochter te betalen. Ik maak daar geen gewoonte van, maar omdat hij zo goed de gaten in de weg weet te ontwijken, heeft hij wel eens een keer recht op een extraatje, me dunkt.