zondag 30 januari 2011

2 weken in Port-au-Prince


Bon, mijn 2de week in Haïti zit er bijna op.

Gek, ik heb  nog niks speciaals gedaan en toch heb ik me nog geen ogenblik verveeld.

Het is leuk om elke dag te ontwaken met een blauwe lucht en zon, ook al is het dan niet in een ideaal kader en is het Haitiaanse ritme niet het mijne (opstaan tussen 5 en 6, zowel weekdag als weekend) De wekker kunnen de buren zijn die hun religieuze mambo jambo à fond zetten, maar ook huilende baby’s, kraaiende hanen, blaffende honden, …  Slapen met oordoppen begint al wat te wennen!

In m’n eentje ben ik nog niet verder geraakt dan van ons appartement tot aan de dichtstbijzijnde supermarkt. Ik zou een groot deel ervan met de taptap kunnen doen, maar om toch wat lichaamsbeweging te hebben, doe ik het te voet (uurtje heen/terug) Dat is op zich al speciaal, want ik val hier als blan te voet natuurlijk uit de toon.

Creools kennen is eigenlijk een noodzaak, dat maakt het makkelijker en veiliger op straat, maar ik geraak precies maar niet verder dan les 4. Guerline (gèlin an kreyol) , de oppas van Mathias, doet haar best om mij vragen te stellen en mijn antwoorden te verbeteren, maar ze verstaat ook Frans en je weet hoe dat gaat: gemakkelijk gaat ook!

Donderdag  ben ik voor ’t eerst in een tentenkamp geweest. Wilzer, de chauffeur van Groupe Media-alternatif, kwam me ’s morgens vroeg oppikken om onze kartons in de luchthaven te recupereren     –daarover zal Hans nog wel wat posten- Wilzer had de auto volgeladen met een tafel, stoelen en laptops van het telecentre des jeunes die hij met Charlemagne, de ‘hennige’ moniteur van dit project dagelijks installeert in één van de kampen. Vooral de rit heen en terug was een avontuur: het rijden op binnenwegen die die naam niet waard zijn, door sloppenwijken in een auto waarvan de koppeling het op elk moment kon begeven  met Wilzers salsa loeihard, verkondigend dat canaval li fèt is.

Carnaval, ik kijk er al naar uit. Dat moet hier iets geven. Het beste lijkt me om dit te vieren onder begeleiding van een local. Daarover moeten we hem eens aanspreken. Vandaag gaat Hans trouwens een carnavalsclip van hem opnemen. Mwen renmen konnen. (ik ben benieuwd)

Eigenlijk breng ik veel tijd door op ons terras met ‘Ann pale kreyol’, cursus Creools van Lies geleend en ‘Mountains beyond mountains’ , Pulitzer prijs winnaar dat het waar gebeurd verhaal vertelt van Dr Paul Farmer en zijn ziekenhuis ‘Zanmi Lasante’ in Haïti.

We hadden plannen om dit weekend in Jacmel door te brengen, maar dat gaat jammer genoeg niet door. Hopelijk volgend weekend! Vorig weekend was mooi gevuld: Vrijdagavond hadden we een verrassingsfeestje voor de verjaardag van Lies en haar mama. Op zaterdag zijn we met Dirk, een Vlaming die hier al jàren woont en werkt, op bezoek geweest in een orfelina (een zogenaamd weeshuis, maar de meeste kinderen hebben nog wel ouders die zelf de middelen niet hebben om voor hen te zorgen) De Canadese Mme Gladys runt dit weeshuis en een hospitaal. Woensdag heb ik een afspraak met haar voor eventueel vrijwilligerswerk. Zaterdagavond zijn we uit geweest met collega-coöperant Dirk en zijn vriendin. En op zondag waren we voor een etentje uitgenodigd bij Hans’ baas Gotson. De Haitianen hebben een erg lekkere keuken. Spijtig dat al die Creoolse plats niet binnen iedereen zijn mogelijkheden liggen.

Elke dag eindigt hier met een koude douche, letterlijk! Ingrid (vriendin in B.) wist toch ook daar een positieve noot aan te geven en daarmee troost ik me dan nu maar!


zaterdag 29 januari 2011

Permis de Séjour: de laatste meters

Na drie maanden is mijn verblijfsvergunning voor Haïti bijna in orde. Na het verzamelen van een hoop documenten nodig om de formaliteiten rond te krijgen moest ik nog aan een lange wedloop beginnen van tig bezoeken aan banken, immigratiediensten en handlangers. Na veel vijven en zessen heb ik uiteindelijk een permis de sejour, maar het is nog niet helemaal in orde. Want op de lege pagina die jullie op de foto zien moeten nog twee stempels komen van het 'directoraat generaal van de politie van Haïti'. Daarna ga ik mijn permis inkaderen en boven mijn bed hangen.



woensdag 26 januari 2011

JWET POU KOB

In Haïti is slechts één munteenheid. Dat is de Haïtiaanse Gourde (HTG). 1 Amerikaanse Dollar (USD) is vandaag 40 Haïtiaanse Gourdes waard. Die koers blijft de laatste maanden redelijk stabiel.

In de praktijk blijkt Haïti drie munteenheden te hanteren: de Haïtiaanse Gourde, de Haïtiaanse Dollar en de Amerikaanse Dollar. 
De man op de straat telt in Haïtiaanse Dollar. 1 Haïtiaanse Dollar staat gelijk met 5 Haïtiaanse Gourde. Je betaalt de tomaten en bananen die je koopt op straat in Haïtiaanse Dollar.
In een sjiek restaurant en in de meeste hotels zijn alle prijzen aangegeven in USD. Je kan er ook maar best betalen in USD, want ze rekenen 42 HTG voor 1 USD als je in Gourdes wil betalen. Ook als je onderhandelt over goederen zoals een auto of de huur van een woning, zijn de bedragen in USD.
In een supermarkt kan het alle kanten uit gaan. In de Megamarkt, een grote winkel waar we soms op zaterdag gaan inkopen doen (als we een auto hebben kunnen scoren), moet je in USD betalen. In de Giant, de sjiekste supermarkt van Pétionville die drie maanden na de aardbeving is opengegaan, betaal je in HTG, de gewone Haïtiaanse Gourde dus. Maar in de Olympic Market, hier om de hoek, staan alle prijzen aangegeven in Haïtiaanse Dollars. Ook het kasticket: Haïtiaanse Dollars.

Je moet de samenleving al heel goed kunnen doorgronden om te weten te komen in welke munt je wordt verondersteld te rekenen.

Maar het strafste van al is: DE HAITIAANSE DOLLAR BESTAAT NIET!

Om het met een concreet voorbeeld uit te leggen. Ik ga winkelen in de Olympic Market, ik krijg aan de kassa een kasticket waar op staat: à payer: 144 Dollars. Dat zijn dus geen Amerikaanse Dollars, maar de Haïtiaanse Dollars die dus niet bestaan. Dus zeg ik tegen die mevrouw aan de kassa. "Dat is nu jammer zie, maar ik heb vandaag mijn Haïtiaanse Dollars niet bij me". Dan kijkt die mevrouw naar mij alsof ze het in Keulen hoort donderen. "Nee mijnheer, die bestaan niet." Ik zeg: "ja maar ik zie het wel zo staan op het kasticket!". Zij weer: "ja mijnheer maar u moet dat omrekenen naar de gourde, dus u moet maal vijf doen". Ik: "ik kan niet rekenen, doet u het mij eens voor". Zij (vraagt aan een collega): "hei Joe, heb je een rekenmachine voor mij?"

Zo gaat dat dus constant. Wij betalen de poetsvrouw 375 gourdes per keer, maar voor haar zijn die 375 gourdes die daar voor haar klaar liggen 75 Dollar. Als ik tegen mijn collega Beethoven zeg dat ik 15 bananen heb kunnen kopen voor 125 gourdes, dan zegt hij tegen mij: "hoeveel is dat ook alweer in Dollar?"

De Haïtianen rekenen dus in een munt die volledig fictief is. En ze maken er ook misbruik van. Zo lieten wij een mecanicien komen kijken naar een auto die te koop stond. Langs de telefoon was een tarief afgesproken van 100 Dollar. Omdat de Haïtiaan denkt in Haïtiaanse Dollar gaan we er dus van uit dat we die man 500 gourdes gaan betalen. Komt die man de controle van de auto doen, en zegt hij achteraf dat hij niet tevreden is met 500 gourdes. "Ik had het wel over 100 USD hé", protesteert hij. Die verwarring is echt vervelend. Als buitenstaander moet je voortdurend alert zijn als iemand spreekt over Dollar. "Is het nu den Amerikaanse of is het den Haïtiaanse?"

Het is en blijft een spel voor deze mensen die onderhandelen als tweede natuur hebben en graag veel tijd uit trekken om over de prijs van een banaan te negocieren.

Vandaar dus Jwet pou Kob: een Spel van Geld.

donderdag 20 januari 2011

LIES EN RINA SAMEN JARIG

Rina en Jef en Ingrid zijn allemaal op 17 januari in Port au Prince aangekomen. Rina en Jef met een vlucht van Air Caraïbes, Ingrid met een vlucht van Air France. Rina en Jef werden afgehaald met een blinkende geacclimatiseerde Toyota Landcruiser van RNDDH (de mensenrechten organisatie waar Lies voor werkt) en Ingrid werd drie uur later afgehaald met de vreselijk oude Isuzu Trooper van mijn organisatie. Op weg naar huis trapte de chauffeur door de koppeling...

Al goed dat Ingrid geen dag eerder aankwam, want anders had ze samen met ex-dictator François Duvalier ofte 'Baby Doc' aan boord van het vliegtuig gezeten.


Rina is de mama van Lies en ze is op de kop vijfentwintig jaar jonger dan haar dochter. Ze zijn samen jarig op 21 januari. Joe had een feestje in gedachten met beschilderde t-shirts en een vette gateau. Hij nodigde zijn familie uit en zo kwam het dat Ingrid al heel snel na haar aankomst in een typisch Haïtiaans verjaardagsfeestje terechtkwam.

Meer foto's op http://web.me.com/hansmanshoven/rinaenlies/

zaterdag 15 januari 2011

Kreools

Haiti is officieel een tweetalig land: het Kreools en het Frans zijn -op papier tenminste- evenwaardig. Op school worden de lessen in het Frans gegeven, maar thuis spreekt iedereen Kreools. Mensen die nooit naar school zijn geweest of kinderen die niet naar school gaan, en dat zijn er nogal wat, spreken dus enkel Kreools.

Dat leidt tot nogal wat vreemde situaties. 

Het Frans is de taal van de elite geworden. Als presidentskandidaten tijdens de verkiezingscampagnes het volk toespreken, doen ze dat in vlekkeloos Kreools. Eenmaal verkozen, veranderen alle politici hun taal. Van dan af spreken ze vlekkeloos Frans. 

Lies, mijn collega die werkt voor de mensenrechtenorganisatie RNDDH, was onlangs getuige bij een assisenzaak. De beschuldigde, die enkel Kreools spreekt en geen woord Frans verstaat, werd volledig berecht in het Frans. De beschuldigde kon geen vertaler betalen. Mensenrechten, hallo?

Joe, de Haitiaanse man van Lies, was drie maanden geleden op zoek naar een huis om te huren. Hij had een interessant pand gezien en belde naar het nummer dat op de 'te huur' affiche stond. Hij startte het gesprek langs de telefoon in het Kreools, en de verhuurder wist hem al meteen te vertellen dat het huis niet voor hem in aanmerking zou komen. Twee dagen later belde Joe opnieuw met diezelfde mijnheer, maar dit keer begon hij beleefd in schoon Frans te spreken. Plotseling ontstond er een dialoog, ja het huis was nog te huur, was meteen beschikbaar, etc.

Ja, je kan dus spreken van een soort van taalracisme. Maar hallo, was (is) dat in ons Belgenlandje ook niet het geval? 

Het doet me overigens denken aan de indigena's in Peru. Dat is een geïsoleerde maar grote groep Peruanen die enkel het Quetcha spreken. Voornamelijk boeren. Nu geloof ik niet dat het Quechua een officiëel erkende taal is in Peru. Die mensen moeten vechten voor het behoud van hun taal en hun cultuur. Ook daar worden mensenrechten niet gerespecteerd.



En in het voorlees kinderboekje (in het Kreools) dat ik nu aan het lezen ben worden de mensenrechten al evenmin gerespecteerd. Tinik, nauwelijks twaalf jaar, moet gaan werken van zijn moeder en krijgt zweepslagen in het huis van rijke Haïtianen waar hij als een slaafje aan de afwas staat. Zou kinderboekenuitgeverij Clavis dit soort onderwerpen niet anders brengen voor kinderen vanaf vier jaar?

PS: al goed dat er tekeningen bij staan, anders zou ik de plot niet eens begrijpen...

woensdag 12 januari 2011

12 januari 2011

Alle hotels zitten vol met journalisten. En alle kerken met Haïtianen. 

President (nog tot 7 februari) Preval heeft 12 januari tot een nationale dag van rouw uitgeroepen. Vertaald naar de praktijk: niemand moet gaan werken. Dat valt overigens niet zo erg op in een land met 75 % werkloosheid onder de actieve bevolking.

Vandaag is het exact een jaar geleden dat op 300.000 mensen het leven lieten in een vreselijke aardbeving.

Ik ging kijken aan het presidentieel paleis en op het grote plein 'Champs de Mars'. Een massa volk op de been, veel camera's en opvallend veel blanken. Dus ook opvallend veel bedelaars en verkopers die petjes en rieten hoeden proberen te verkopen aan blanken die vechten tegen zonnebrand. Veel muziek ook.



De rouw is voorbij. Mensen zingen en dansen in kerken, de dienst duurt soms wel drie uur lang. 
In plaats van rouw is nu woede gekomen. Er werden miljoenen dollars ingezameld, en tot nu toe is daar nog bijna niets van naar de Haïtiaanse bevolking gegaan.

Om precies zeven minuten voor vijf in de namiddag gebeurde er deze keer gelukkig niks. Ik stond op mijn terras en nam een foto, op de minuut precies een jaar nadat het nemen van diezelfde foto allicht een onscherp beeld zou hebben opgeleverd. Muren bleven staan. De zon ging ongegeneerd onder. Vandaag zou niemand sterven.



Ik maakte een video slideshow op basis van enkele foto's die mijn organisatie op 13 januari vroeg in de ochtend nam.

Toch nog even een link meegeven naar de persoonlijke belevenis van Joris, een collega van mij die de aardbeving van op zijn dakterras meemaakte. Hallucinant. 

donderdag 6 januari 2011

BED

Ik was voor de Kerst in New York. Wie dat verhaal wil lezen, moet even naar de tab "english" bovenaan de pagina gaan.

Tijd voor een nieuw bed. Niet dat ik op de grond sliep. Maar mijn bed was een miskoop van Lies. Ze had een queen size gekocht en na de levering bleek het een maatje kleiner te zijn. Voor mij was dat best ok, maar nu er binnenkort iemand bij gaat komen, moest ik opnieuw naar de beddenwinkel. 500 dollar voor een beddenbak, een matras en zes pootjes, niet niks. 


Een bed kopen is één ding, een bed thuis krijgen is nog wat anders. Voor 15 dollar extra willen ze het bed wel thuis leveren. En omdat Lies en Joe en ikzelf nog altijd geen deftig vervoer hebben, vroegen we of we met de beddenleverancier mee naar huis mochten. Dat was geen probleem.
Ze binden het bed op het dak van een taptap, zoals je ziet op de foto. Ik vond het zelf een heel aangename rit, omdat ik meestal helemaal gewrongen tussen twaalf andere mensen in krek hetzelfde soort taptap zit. Het was even echt genieten.


Heel even maar. Want de pootjes pasten niet onder het bed. Bovendien waren de voorziene gaatjes in de beddenbak beschadigd zodat de schroefdraad van de pootjes er geen grip op kreeg. 

Vandaag loop ik dus rond met die zes pootjes in mijn rugzak en ga ik terug naar de winkel. Maar eigenlijk zou ik ook de beddenbak integraal willen ruilen. Ik vrees dat het gaat eindigen met zes cementblokken onder mijn bed. Er is een bouwhandelaar (enfin er staat elke dag iemand naast een hoop stenen op straat) niet ver van ons huis. Ik schat dat ik sterk genoeg ben om twee cementblokken in één keer te dragen. Dat wordt dus drie keer op en af. En daarmee zit mijn agenda op zaterdagvoormiddag ook weer vol.