donderdag 2 juni 2011

ASHEVILLE en ROANOKE

We denken vaak van onszelf dat we tolerant zijn ten opzichte van kleurlingen. Maar onze houding is meer dan eens hipocriet te noemen. We willen niet dat 'vreemdelingen' ons werk afpakken. Maar aan de andere kant zoeken we tot in Polen om goedkope zwartwerkers onze huizen te laten opknappen.

Wij hebben de Polen. Aan de andere kant van de oceaan hebben ze de Afro Amerikanen. Die liggen ook niet "in de smaak". Zeker niet in het zuiden van de Verenigde Staten; Waar dat dan wel begint, het zuiden? Wel, daar is niet iedereen het over eens, maar laat ons de lijn voor het gemak ter hoogte van Washington DC trekken. Alles onder DC is het zuiden, en precies daar zitten we al een weekje of drie rond te rijden. Deze zuidelijke staten (we rijden door Virginia, North Carolina, South Carolina) hebben een rijke geschiedenis, maar het is ook een erg bloedige. Nauwelijks 200 jaar geleden was slavernij hier nog een officiëel erkende vorm van inkomsten. En wat zie je vandaag? Ouders die hun kind liever niet naar een school sturen waar er teveel zwarte klasgenootjes het gemiddelde van de klas naar beneden dreigen te halen. Zwarte gemeenschappen in gure buitenwijken. Druk op de politiek om werk te maken van sociale woningbouw. Veel werklozen onder de zwarte bevolking.

Wat een lange intro om uiteindelijk in het zuidelijke stadje Asheville aan te komen. Wij hadden de indruk dat alle verdrukte progressieven, alle in het nauw gedreven homosexuelen en de hele daarbij horende art scene plots weer naar boven komen in Asheville. We vonden in Asheville geweldig leuke vintage winkeltjes, kleine mode designers en een pak kunstgallerijen. Wat ons nog het meest opviel: de tatoeages. Ik heb de indruk dat een kandidaat inwoner van Asheville meer kans maakt bij de burgemeester als hij of zij wat inkt kan tonen op het frêle vel.




En daarna door naar Quality Inn in Roanoke. Hoewel we meestal bij Servas families verbleven, hebben we ook onze portie Days Inns, Quality Inns en Motel 6's gehad.

Wat een lange weg tot Roanoke! Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, maar ik deed het een vierde keer. Weeral de Blue Ridge Parkway op, en weeral de afstanden verkeerd ingeschat.

link naar vier minuten rijden over de Blue Ridge Parkway

Toen we een afslag zagen naar het vlakbij gelegen dorpje 'Little Switzerland' reden we van de weg af, in de hoop dat iemand in het dorp ons zou kunnen helpen een kortere weg te vinden naar Roanoke.



Enter 'Books and Beans', een supergezellig winkeltje boordevol boeken en een expressomachien dat die dag helaas de geest had gegeven. De energieke jonge dame achter de kassa maakte echter veel goed. Ja, ze zou ons helpen met een kortere route. Ze begon haar zoektocht op Google Maps, en ging daarna naar de buurman ("ik laat jullie even alleen in de winkel, ga gerust in de salon zitten") om de routebeschrijving uit te printen. Daarna kletste ze nog een hele tijd door over haar leven en haar lief, uitte zich in duizend verontschuldigingen omdat het allemaal zo lang had geduurd en om het goed te maken schonk ze Ingrid bij het afscheid een kleine 'Cardinal' kado. (Cardinals zijn de rode vogels die je hier zo vaak ziet, en in het winkeltje verkochten ze kleine houten cardinals voor in de kerstboom.)


Ik weet niet, maar volgens mij zijn ze in het Zuiden héél erg open ten opzichte van vreemdelingen. Als ze niet zwart zijn. En al helemaal als ze uit Europa komen.

woensdag 25 mei 2011

CHARLESTON

Na een korte onderbreking in Myrtle Beach, kwamen we die avond rond een uur of vijf aan in de hostal die we de avond ervoor hadden geboekt omdat we geen Servas familie hadden kunnen vinden in Charleston. De "Not So" Hostal bleek een tegenvaller. Vreemd: nauwelijks twee jaar geleden overnachtten we bijna een jaar lang in dit soort basic hotelletjes (ofte opgewaardeerde jeugdherbergen), en nu vonden we het maar een vieze boel. Soit: we vonden al snel compensatie in de vorm van een heus Belgisch ijssalon, in het centrum van Charleston. 



Wie in de States woont en niet het geld heeft om van Europa te 'proeven', komt naar Charleston. Deze stad lijkt - in het centrum tenminste - een beetje op een sjieke Europese binnenstad. Prachtige gevels, een paar straten met de fameuze kinderkopjes, en vooral heel veel sfeer. Dat wordt nog in de hand gewerkt door water. De stad is letterlijk omringd door water. Een bijzonder mooie brug verbindt de Interstate highway met het historische centrum. 
Charleston is ook het meest zuidelijke punt van onze reis. En daar zijn we blij om: het is hier verdorie warm, misschien wel zo warm als in België! Vooral de combinatie van de hitte en de vochtigheid maken dat je hier geen stap vooruit komt zonder meteen beginnen zweten.

Toch een poging ondernomen in de swamps van de Magnolia Plantations. Het is een gemoedelijke wandeling van een mijl of twee over een soort moerasgebied. Gewapend met een fototoestel en verrekijker (maar helaas niet met een petje op ons hoofd) trokken we naar dit paradijs voor 'birdwatchers' waar we behalve honderden broedvogels, enkele alligators en één gifslang ook gezelschap kregen van een bejaard echtpaar dat al jaar en dag de vogels in dit park observeert. De man had een serieus fototoestel (zie foto) maar helaas geen vaste hand meer. Wat hij wel nog wist: "die alligator zat vorig jaar nog aan de andere kant van deze poel", of "het water heeft nog nooit zo laag gestaan in het moeras" (wat regenval betreft moet Charleston niet onderdoen voor Terkoest).








zondag 22 mei 2011

SOUTHERN BANKS, KILL DEVIL HILLS

We wisten niet dat George Washington de eerste president van de Verenigde Staten was. We wisten ook niet dat rond deze tijd van het jaar alle laatste jaars van het middelbaar hun 'prom night' hebben. Dat is een feestje waarbij iedereen er op zijn best uit ziet: de heren in smoking en de dames in avondjurk. Vaak lopen die dames bijzonder ongemakkelijk rond op naaldhakken en is de make up op hun gezicht redelijk lachwekkend. En we wisten vooral niet dat de oostkust vanaf New York bezaaid ligt met een lange en bijzonder smalle strook van eilandjes, ze noemen het ook de Barrier Islands. Die smalle strook beschermt de eigenlijke oostkust tegen stormen en - we gaan bijna het seizoen in - hurricanes. Iets beneden Washington DC gingen we op zoek naar de Outer Banks, een smalle strook van 320 km die langsheen heel de kust van North Carolina loopt. Eigenlijk is dat 320 kilometer zandstrand, enkel onderbroken door hier en daar een vuurtoren en een weg met een eindeloos aantal bruggen die in het midden van de eilandjes loopt. 



We boekten een hotel langs het strand in Kill Devil Hills, een laid back plaatsje waar we slechts één avond verbleven. Een paar uur daarvan zaten we in een restaurant waar de porties zo gigantisch groot waren dat de ober als vanzelf met isomo bakjes kwam aanzetten toen bleek dat we niet eens de helft hadden opgekregen. In datzelfde restaurant hadden ze ook de vreemde gewoonte om klanten liedjes te laten zingen door een microfoon. Karaoke, dus. Ik begrijp niet wat mensen daar in zien, maar Ingrid had daar veel meer goesting in dan in een dessert. Een liedje van The Carpenters en Carly Simon later hielden we het voor bekeken. De volgende dag bezochten we nog het museum van de gebroeders Wright. De allereerste succesvolle vlucht met een propellor aangedreven vliegtuig (30 seconden in de lucht gebleven) staat op naam van deze broertjes. Hun vlucht vertrok (en kwam ook aan), precies, in Kill Devil Hills. Waarom precies hier? Wel, er staat altijd een strakke wind uit dezelfde richting, én als je valt, maakt niet uit waar, val je altijd op zachte duinen.





maandag 16 mei 2011

HYANNIS, CAPE COD

Ingrid wilde even uitrusten in een hotel, dus boekten we een Days Inn in Hyannis, op Cape Cod. In de zomer stikt het hier van de toeristen. Ze nemen van hier de ferry naar Martha's Vineyard, of ze rijden nog een stukje verder over het schiereiland, tot helemaal in het puntje: Provincetown. Het regende twee dagen aan een stuk, terwijl het in België bijna 30 graden was en de heetste dag van het jaar werd genoteerd. We konden niet naar Martha's Vineyard omdat de ferry bij dit barslechte weer niet uitvoer, en we konden niet naar Provincetown omdat de bus nooit kwam opdagen aan de bushalte. Dus deden we maar waarvoor we in de eerste plaats naar hier waren gekomen: rusten. Op de kamer was HBO (het beste tv kanaal in de US) beschikbaar. Ons hoogtepunt in Hyannis: een concert van Lady Gaga op HBO!



zaterdag 14 mei 2011

SERVAS

Van nu af aan verblijven we bijna uitsluitend bij Servas gezinnen. 

Servas (www.servas.be) is een bijzonder leuke formule om rond te reizen en andere mensen te leren kennen. De organisatie stelt mensen in staat dichter bij elkaar te komen, elkaars cultuur te leren kennen en ondanks de diversiteit tussen mensen toch naar meer verdraagzaamheid te streven. Servas staat voor 16.000 "open deuren" over heel de wereld. In de Verenigde Staten alleen al zijn er duizenden gezinnen die hun huis met andere Servas leden willen delen.

Omdat we de gezinnen waar we verblijven ook telkens willen bedanken met een briefje, heb ik beslist om vanaf nu elk bezoek bij een Servas familie in het Engels te documenteren, zodanig dat die gezinnen in kwestie het verhaal dat ik erbij schrijf, ook kunnen begrijpen. 

Het vervolg kunnen jullie voortaan lezen onder de rubriek 'Servas' bovenaan deze pagina.



woensdag 11 mei 2011

SYB

Van nu af aan is het feest. We blijven nog twee maanden plakken aan de oostkust van de Verenigde Staten voor we naar huis terugkeren. 

Eerste stop: Rockport, vijftig kilometer boven Boston. Syb woont in de deelgemeente Pigeon Cove, op tweehonderd meter van de oceaan. Hij is de oprichter van Norvell Jefferson, een productiehuis waar ik in het verleden veel en graag voor heb gewerkt. Het productiehuis is een beetje speciaal en Syb is al helemaal speciaal. Of hoe verklaar je anders dat je als Nederlander zo'n tien jaar geleden de beslissing neemt om samen met je vrouw en vijf kinderen een nieuwe start te nemen in deze uithoek van Boston. 








Nu ik bij hem op bezoek ben geweest, begrijp ik hem beter. Hij heeft het mooi voor elkaar daar in Rockport: superknappe woning, een superbe vrouw Saskia, drie prachtige jongens Shaffy, Sam en Gideon (de twee oudste waren in Nederland en hebben we niet gezien), een 'big fat urban vehicle' en een 'smal old army vehicle' en ook nog ergens een boot in de maak. Omdat ik Syb zo een bijzonder personage vind, wilde ik vooral dat Ingrid hem zou leren kennen omdat ik Ingrid tot het soort mensen reken dat beter een karakter kan doorgronden. En ze gaf hem een negen op tien. Omdat ik een man ben en hem niet kan/mag taxeren op fysieke kwaliteiten, doe ik er een puntje af. En dan weer een half punt er bij voor Lizzy en Zoë, zijn schatten van honden.

Rockport is een prachtig vissersstadje met uitsluitend woningen in hout, een beetje slaperig in de lente maar vast wel een drukke trekpleister in de zomer. We gingen de eerste dag eerst op wandel door het zonnige binnenstadje met super pittoreske geveltjes, en daarna mocht ik met Syb's jeep (die overigens niet zou misstaan in Haïti) gaan shoppen in Gloucester, zo'n tien kilometer verder op. 

En lap, precies op onze eerste dag in de Verenigde Staten, op de eerste dag dat ik terug met een auto rijd na zeven maanden, gaan we al de bon op. Parkeermeters worden blijkbaar van zeer dichtbij gevolgd, we zijn per slot van rekening in Amerika. Tien minuten over de tijd: 15 USD mijnheer!










Voor de rest niks dan highlights te melden. Een douche met warm water, internet 24/7, en last but not least Frits, een bijzonder hartelijke Nederlander, Sybs vriend sinds de studententijd, die in Rockport bezig is met het renoveren van zijn huis met zicht op de oceaan. Straks, als het af is, gaat hij het op weekbasis en voor veel $$$ verhuren aan bemiddelde toeristen.

OSAMA DOOD

Osama Bin Laden dood? Kon dat niet een dag of twee wachten?

Wij vertrokken op maandag 2 mei uit Haïti naar Boston maar hadden daar drie vluchten voor nodig: Port au Prince - Miami ; Miami - New York ; New York - Boston. En hoewel we allebei ziek waren, keken we er echt naar uit. Tot we te maken kregen met extreem veel veiligheidscontroles. 
Op een bepaald moment ging het zo ver dat we op een afstand van 30 meter TWEE keer schoenen moesten uit doen, broeksriem uit, horloge uit, portable uit rugzak, enfin je kent die procedure wel - maar dat is na één keer wel meer dan voldoende. Deze keer kregen we dus die grondige controle nummer één door de luchthavenautoriteiten, daarna een roltrapje op en vlak na die roltrap grondige controle nummer twee door American Airlines.



Wij wisten op dat ogenblik nog niet dat Osama Bin Laden daar misschien voor iets tussen zat, maar toen we die avond in Boston uit het vliegtuig stapten en ik voor het eerst het nieuws op de voorpagina van een krant zag, begreep ik plots waarom ik die dag vijf keer (echt waar) mijn schoenen had moeten uit doen. 

Onze bagage moet er redelijk verdacht hebben uitgezien, want één valies was in Miami blijven steken en de andere in New York. Die avond poetsten wij onze tanden met tandenborsteltjes van American Airlines. 

PS: ik vind hun tandpasta beter dan het eten dat ze op het vliegtuig serveren.