zaterdag 14 mei 2011

SERVAS

Van nu af aan verblijven we bijna uitsluitend bij Servas gezinnen. 

Servas (www.servas.be) is een bijzonder leuke formule om rond te reizen en andere mensen te leren kennen. De organisatie stelt mensen in staat dichter bij elkaar te komen, elkaars cultuur te leren kennen en ondanks de diversiteit tussen mensen toch naar meer verdraagzaamheid te streven. Servas staat voor 16.000 "open deuren" over heel de wereld. In de Verenigde Staten alleen al zijn er duizenden gezinnen die hun huis met andere Servas leden willen delen.

Omdat we de gezinnen waar we verblijven ook telkens willen bedanken met een briefje, heb ik beslist om vanaf nu elk bezoek bij een Servas familie in het Engels te documenteren, zodanig dat die gezinnen in kwestie het verhaal dat ik erbij schrijf, ook kunnen begrijpen. 

Het vervolg kunnen jullie voortaan lezen onder de rubriek 'Servas' bovenaan deze pagina.



woensdag 11 mei 2011

SYB

Van nu af aan is het feest. We blijven nog twee maanden plakken aan de oostkust van de Verenigde Staten voor we naar huis terugkeren. 

Eerste stop: Rockport, vijftig kilometer boven Boston. Syb woont in de deelgemeente Pigeon Cove, op tweehonderd meter van de oceaan. Hij is de oprichter van Norvell Jefferson, een productiehuis waar ik in het verleden veel en graag voor heb gewerkt. Het productiehuis is een beetje speciaal en Syb is al helemaal speciaal. Of hoe verklaar je anders dat je als Nederlander zo'n tien jaar geleden de beslissing neemt om samen met je vrouw en vijf kinderen een nieuwe start te nemen in deze uithoek van Boston. 








Nu ik bij hem op bezoek ben geweest, begrijp ik hem beter. Hij heeft het mooi voor elkaar daar in Rockport: superknappe woning, een superbe vrouw Saskia, drie prachtige jongens Shaffy, Sam en Gideon (de twee oudste waren in Nederland en hebben we niet gezien), een 'big fat urban vehicle' en een 'smal old army vehicle' en ook nog ergens een boot in de maak. Omdat ik Syb zo een bijzonder personage vind, wilde ik vooral dat Ingrid hem zou leren kennen omdat ik Ingrid tot het soort mensen reken dat beter een karakter kan doorgronden. En ze gaf hem een negen op tien. Omdat ik een man ben en hem niet kan/mag taxeren op fysieke kwaliteiten, doe ik er een puntje af. En dan weer een half punt er bij voor Lizzy en Zoë, zijn schatten van honden.

Rockport is een prachtig vissersstadje met uitsluitend woningen in hout, een beetje slaperig in de lente maar vast wel een drukke trekpleister in de zomer. We gingen de eerste dag eerst op wandel door het zonnige binnenstadje met super pittoreske geveltjes, en daarna mocht ik met Syb's jeep (die overigens niet zou misstaan in Haïti) gaan shoppen in Gloucester, zo'n tien kilometer verder op. 

En lap, precies op onze eerste dag in de Verenigde Staten, op de eerste dag dat ik terug met een auto rijd na zeven maanden, gaan we al de bon op. Parkeermeters worden blijkbaar van zeer dichtbij gevolgd, we zijn per slot van rekening in Amerika. Tien minuten over de tijd: 15 USD mijnheer!










Voor de rest niks dan highlights te melden. Een douche met warm water, internet 24/7, en last but not least Frits, een bijzonder hartelijke Nederlander, Sybs vriend sinds de studententijd, die in Rockport bezig is met het renoveren van zijn huis met zicht op de oceaan. Straks, als het af is, gaat hij het op weekbasis en voor veel $$$ verhuren aan bemiddelde toeristen.

OSAMA DOOD

Osama Bin Laden dood? Kon dat niet een dag of twee wachten?

Wij vertrokken op maandag 2 mei uit Haïti naar Boston maar hadden daar drie vluchten voor nodig: Port au Prince - Miami ; Miami - New York ; New York - Boston. En hoewel we allebei ziek waren, keken we er echt naar uit. Tot we te maken kregen met extreem veel veiligheidscontroles. 
Op een bepaald moment ging het zo ver dat we op een afstand van 30 meter TWEE keer schoenen moesten uit doen, broeksriem uit, horloge uit, portable uit rugzak, enfin je kent die procedure wel - maar dat is na één keer wel meer dan voldoende. Deze keer kregen we dus die grondige controle nummer één door de luchthavenautoriteiten, daarna een roltrapje op en vlak na die roltrap grondige controle nummer twee door American Airlines.



Wij wisten op dat ogenblik nog niet dat Osama Bin Laden daar misschien voor iets tussen zat, maar toen we die avond in Boston uit het vliegtuig stapten en ik voor het eerst het nieuws op de voorpagina van een krant zag, begreep ik plots waarom ik die dag vijf keer (echt waar) mijn schoenen had moeten uit doen. 

Onze bagage moet er redelijk verdacht hebben uitgezien, want één valies was in Miami blijven steken en de andere in New York. Die avond poetsten wij onze tanden met tandenborsteltjes van American Airlines. 

PS: ik vind hun tandpasta beter dan het eten dat ze op het vliegtuig serveren.

zondag 1 mei 2011

TWEEHONDERD DAGEN

Ik ben hier over een dag weg. Tweehonderd dagen afgevinkt. Wie wist het nog niet? 

Het luchtte op toen ik twee maanden geleden besloot om een punt achter mijn loopbaan in Haïti te zetten. 

Het is redelijk goedkoop om te stellen dat het allemaal Ingrid haar fout is. Ze kreeg inderdaad vrij snel nadat zij voet op Haïtiaanse bodem zette problemen met haar luchtwegen. Probeer maar eens gezonde lucht in te ademen in Port au Prince... En ik geloofde haar toen ze me vertelde dat ze niet van plan was om de rest van de twee jaar in haïti uit te zitten met pufkes, zo van het soort medicijnen dat je longen tegen beter weten in op dreef houden. 

Nee, serieus, het zal ook wel aan mij liggen. Duizenden frustraties, waaronder de meest voor de hand liggende: er komt geen beweging in het werk; en er is nauwelijks internet (waardoor het eigenlijk zinloos is om te werken, onze videos kan je namelijk enkel op het internet bekijken). Het feit dat ik deze tekst twee weken geleden in Haïti schreef, en pas nu samen met wat foto's vanuit de States kan posten dankzij een breedbandverbinding, zegt wat dat betreft genoeg.

Tegelijk doet het pijn om mensen die ik nu pas beter leer kennen, in de steek te laten. En dat zijn er nog al wat:

Beethoven, Gotson, Jude Stanley, Francesca, Ralph, Sylvestre, Evelyne, Wilzer, Paulette, Ronald, Sen Mak, de buurvrouw achter de hoek, de buurvrouw achter die hoek en zovele anderen. 

Ben ik er met een zotte kop aan begonnen? Ik denk van niet. De psychologe die Broederlijk Delen had aangesteld om mij binnenste buiten te keren, vond weliswaar dat ik een randgeval was, maar ze heeft me toch laten vertrekken. 

Ben ik er met een zotte kop mee gestopt? Ook niet. Haïti is een extreem moeilijk land om in terecht te komen, zeker na de aardbeving, zeker na de cholera, zeker met de heersende politieke instabiliteit. Internationale NGO's die hier actief zijn krijgen hun vacatures niet ingevuld. Eigenlijk wil bijna niemand hier naar toe, behalve een dozijn of wat avonturiers en een paar halve garen die hun schoonmoeder per sé willen teleurstellen.

En toch. De handvol Belgen die ik hier heb ontmoet, willen niet meer weg uit Haïti. Er is, bijvoorbeeld, nooit alcoholcontrole op de weg. De mango's zijn goedkoop. De rum is excellent. Altijd zon. Niemand haast zich. "En Haiti, on ne court pas", vertelde een Unesco medewerker me onlangs toen ik hem vroeg naar zijn bevindingen na twee jaar Haïti.
Er is, kortom, aan alles wel een mouw te passen. Dit is een paradijs voor plantrekkers die niet vies zijn van extreem. En wiens schuldgevoel niet opspeelt telkens ze een bedelaar op hun weg tegenkomen.

Toen ik mijn afscheidsbrief voorlas aan alle medewerkers van Groupe Médialternatif, ging ik niet die toer op. Ik zocht naar aanknopingspunten die overeenstemden met de letters in het woord HAITI. 
De H, van Honneur, Respet (een typisch Kreoolse uitdrukking) en van Hospitalité ; 
A, van Agréable ; 
I van Idol ; 
T van Traumatisé en van Travailler ; 
I van Irregularité.

De hele tekst, in het Frans, kan je hieronder lezen.

En de foto's zijn van het afscheidsfeestje, op vrijdag 29 april tussen half vier en half vijf. Om vijf uur verliet ik het gebouw. Bevrijd, toch wel.

+++

Je veux vous parler de cinq choses qui m'ont touché pendant les sept mois que j'ai passé parmi vous. Cinq thèmes, si vous voulez, un pour chaque lettre dans le mot Haïti. 

Le H.
Honneur. 
Honneur respect, une tradition qui reflecte pour moi une hospitalité quasi illimité, encore un mot qui commence avec H. Honneur respect, cela me fait penser à la rencontre en Gressier, dans le cadre d'un video pour Iteca, avec des agriculteurs. Ici, on frappe sur la barrière pour demander Honneur. Là, dans la montagne de Gressier, je ne savais même pas laquelle des maisons était pour les poules ou pour les hommes. La maison n'avait pas de barrière et j'ai donc pas demandé honneur. Mais néanmoins ces gens là m'ont offert une soupe et coupé un cocos avant de commencer un interview sur le goudugoudu.
Aussi, Honneur respect me fais penser au moment que tout le monde ici présent était en train d'écouter ou de regarder le speech du retour de Aristide. J'avais l'idée que pour quelques unes parmi vous c'était un moment magique. Cela me renforce dans l'idée que la peinture dominante dans nos nouveaux bureaux est une erreur. Ou est-ce que le rose était en promotion?


Le A.
Agression
Quand on lit un article sur l'Haïti dans un journal en Belgique, on revient toujours sur la criminalité et l'agression. Tandis que nous, on a constaté qu'on y retrouve une population très agréable. Et ça c'est aussi avec un A. Un A avec majuscule, je veux insister.
J'ai pensé beaucoup pourquoi Beethoven a choisi de plus ou moins détruire sa voiture pour me montrer le petit paradis frais qui s'appelle Kenscoff. 
C'était pas l'amour qui parlait à ce moment. Oh oui je sais qu'il m'aime dans son propre style, et que cela donne feu à la jalousie de Ralph, mais c'était pas ça. C'était pour me convaincre que votre pays vaut la peine, pour éviter aussi que je juge le pays par l'appréciation de son capital qui est malheureusement pas très positive. Mais bon: Jacmel, très agréable, Port Salut, très agréable, Francesca, très agréable. Encore mieux: Francesca sur la plage de Port Salut.


Le I.
Idol
Comme on adore le Bondieu ici! Moi personnellement je suis pas un fan.
Est-ce que le bondieu a mérité l'adoration de tous ces Haïtiens qui vivent dans des circonstances inhumain? Selon moi, le blanc, le bondieu n'a pas encore trouvé des solutions pour aider l'Haïti non plus. 
Contradictoirement, j'ai jamais rencontré un pays avec un peuple si religieux. Et grâce a dieu j'ai rencontré un chorale exceptionnelle et une soliste séduisante.


Le T.
Traumatisé
Depuis mon arrivé j'ai entendu le mot séisme et tremblement de terre et 12 janvier au moins une fois par jour. La misère après le tremblement de terre n'a pas arrêté: à peine deux semaines après mon arrivé, le choléra a commencé a tuer des milliers des gens. En novembre un ouragan nous a frappé et un premier tour des élections qui était mis en scène par un groupe de mauvaises acteurs. La liste de tristesse continue, et j'espère pour vous que tout cela va changer un jour.


Et dans un autre contexte, bien influencé par ma sortie avec Jude Stanley cette semaine, la lettre T me fais aussi penser au verbe travailler. Malgré un taux de chômage immense, pas mal de philosophes - ou est-ce que je dois dire pas mal de Casa Novas et Don Juans, ont insisté à une nouvelle définition du verbe. Une definition, c'est vrai, qui donne goût pour travailler. 

Impotence? Non-existant en Haïti.

Donc il me faut un autre mot avec I pour conclure les lettres H A I T I. 
Illégalité? Non, on ne peut pas appliquer cela non plus. Dans un pays ou il y a presque pas de cadre pour déterminer la légalité, l'illégalité reste une banalité.

Irrégularité? Qui, c'est ça peut-être. Qu'est ce qu'est régulier, qu'est ce qu'est normal dans ce pays? Il faut avoir toujours un plan B et C à coté du plan A. Plan A: EDH. Plan B: inverter. Plan C: génératrice. J'avais du mal à m'adapter, mais finalement j'ai fait ma propre interprétation. Plan A: Ingrid. Plan B: Francesca. Plan C: Ralph.

Bref, conclusion. J'ai pas compris votre pays. Je le répète: je suis arrivé comme observateur, et malheureusement j'ai pas vraiment pu retrouver les outils pour éplucher cette société si complexe. Parfois mes frustrations ont mené vers des commentaires qui peuvent être interprété comme provoquant. Je m'excuse pour cela. 

Je pars avec plus de points d'interrogation que quand je suis arrivé. Parler devant un groupe de journalistes n'est pas évident. Chaque mot est balancé, rassurez vous que je transpire maintenant et que c'est pas a cause de la température. Alors je termine ici si Bondieuvle.

J'ai soif, je vais boire une bière un de papadap. Et vous?

Merci,

Hans

zaterdag 30 april 2011

KITERUNNER IN PORT AU PRINCE

Pasen voor kinderen: hoe gaan ze dat in Haïti aanpakken? Paaseitjes rapen? Lijkt me moeilijk, die eitjes zouden overigens smelten nog voor iemand ze zou kunnen terugvinden. Hier in Haïti draait alles rond vliegertjes en wie zijn vliegertje het hoogst kan oplaten en het om ter langst in de lucht houden.

Een week voor pasen begint het. Kinderen kopen vliegertjes en versieren het met foto's van de nieuwe president Martelli en met een zelfgemaakte, kleurrijke staart.
Dan is het wachten op de wind. Die komt meestal opzetten vanaf de middag, en blijft aanzetten tot een uur of vier. Met honderden tegelijk worden ze opgelaten. Kinderen staan op het dak van hun huis hun vliegertje te besturen. 




En als je naar boven kijkt, lijkt het even, heel even, of we met zijn allen in staat zijn weg te dromen en mee te vliegen, ver weg naar een plek met een andere realiteit.

vrijdag 29 april 2011

PLAGE PUBLIQUE

In de paasvakantie waren we er niet in geslaagd om weg te geraken uit Port au Prince, tot Dirk en zijn vriendin Faha ons uitnodigden om op pasen naar de plage publique te gaan. 

In Port au Prince zelf is wel zee in overvloed, maar geen strand. Daarvoor moet je een heel eind uit de hoofdstad wegrijden. Na zo'n uurtje kom je aan een publiek strand, waar je voor een kleine dollar entreegeld een hele dag kan luieren. 

Toen we aankwamen hadden we het paradijselijke strand bijna voor ons alleen. We kregen een bedje toegewezen, en bestelden overheerlijke vis die een uurtje of twee daarna werd aangeleverd. Ondertussen kwamen er alsmaar meer mensen aan en kon ik eindelijk beginnen met wat een mens het liefst doet op een strand: naar andere mensen kijken. Als het warm werd, dook je de zee in, als je naar het toilet moest... dook je de zee in. 


Maar omdat het pasen was, krioelde het na verloop van tijd van het volk op dit stukje strand. Ik vermoed dat op die strook van een kilometer wel duizend zonnekloppers lagen, waarvan 99,9 % puur Haitiaans was (de meeste blanken gaan naar het privéstrand bij hun hotel). En die Haïtianen hadden allemaal dorst. De whisky en rum werden per fles aangereikt en langzaam maar zeker raakten de gemoederen verhit.






Op een bepaald moment, zo rond half vijf in de namiddag, escaleerde het en veranderde het strand, met name het stukje waar wij lagen, in een war zone. Mensen begonnen met stenen te gooien, anderen met flessen of, nog gevaarlijker, met stukken van een fles. In vijftien seconden tijd stoof heel die mensenmassa op het strand uit elkaar. Wij zaten op drie meter van een drankstalletje en doken achter de houten schutting van het stalletje. Er werd geschreeuwd, vooral door de eigenaar van het drankstalletje omdat al haar klanten nog moesten betalen. We rekenden af en probeerden zo snel mogelijk in de auto te raken en het terrein te verlaten. Een aantal gekwetsten liep rond met bebloed t-shirt.

En wij gedacht dat we eens met een positief berichtje konden komen!


donderdag 28 april 2011

Loué soit Jehovah

Op een zaterdag heb ik een clipje opgenomen voor de secretaresse bij ons in de organisatie. Ze heet Evelyne en ze is zoals zo vele Haïtianen enorm veel met de kerk bezig. Evelyne zingt in een koor en ze had me gevraagd of ik hen eens een keertje wilde komen filmen. 

Het veertig koppige koor vond dat wel een belevenis, zo een blanke regisseur die hen komt filmen. Ze hadden een speciale omgeving uitgekozen, op een heuvel net voor Leogane, en ze hadden zelfs drie outfits voor de shoot voorzien, waarvan jammer genoeg de set met de lange habijten niet gestreken was.

Het beste was dat ze een knappe soliste voor mij hadden uitgekozen: Anya. Ik ben nu een facebook vriendje van haar geworden. 

Ze heeft misschien de looks, maar de waarheid is dat ik vind dat mijn mama beter zingt.