vrijdag 10 juni 2011

Boston, deel twee

Nog even eraan herinneren dat we in de Verenigde Staten voornamelijk verblijven bij Servas leden. Die verhalen heb ik gebundeld onder het hoofdstukje 'Servas' dat je kan terugvinden bovenaan deze pagina.

Ingrid heeft haar vlucht terug naar België met een maand vervroegd nadat ze had vernomen dat de huurders ons huis al begin juni zouden verlaten. Maar ik, ik kon het niet over mijn hart krijgen. Het stond al maanden in mijn agenda ingepland dat wij pas op 9 juli naar België zouden terugkeren, en ik kon nergens de 'delete' knop van dat agendapunt vinden.

De dollar staat nog altijd erg gunstig ten opzichte van de euro en zoiets maakt de shopping genen in elke vrouw wakker. De dag voor Ingrid terugvliegt schiet ze als een magneet naar Macys, zeg maar het Walhalla voor mensen wiens onderbuik gaat tintelen zodra die ganse collecties Tommy Hilfiger, Guess, Calvin Klein, GAP en Levis aan een zacht Zara prijsje op de kop kunnen tikken.

We logeren bij Ellie en Phuong in een gezellig appartement. De laatste avond geven ze een 'dinner party'. Een vriend van Phuong is er ook bij. Hij heeft zelf gebrouwen bier bij. Het was tijden geleden dat ik nog zulk een lekker biertje had gedronken!


Ik breng Ingrid de volgende ochtend naar Boston Logan airport waar ze met veertig kilo bagage aan de terugreis begint. Die vlucht zou helaas niet zo vlot lopen omdat ze bij de tussenlanding in Reykjavik te horen krijgt dat de aansluitende vlucht naar Brussel afgelast is door een staking van het luchthavenpersoneel in Zaventem. Na een hoop vloeken en 75 euro extra (die ze verdorie nog wil terugkrijgen ook) raakt ze uiteindelijk via Parijs en de TGV in Brussel. 

We hebben de afgelopen vijf weken vele uren in de auto 'den Amerikaan' bestudeerd. Dit veldwerk leidde tot een aantal vrijblijvende conclusies die vele bestaande clichés bevestigden. En soms ook niet. Het was, hoe je het ook draait of keert, elke keer opnieuw interessant om onze tradities te vergelijken met die van 'den Amerikaan'.

Wat is ons opgevallen:

Het gewicht:
Het is waar, den doorsnee Amerikaan heeft meer vet dan wij. Dat is nergens voor nodig.

Waarom is dat zo?
Ze eten te veel. Ze krijgen te veel. Elk gerecht is gewoonweg dubbel zo groot dan in België. Een koffie is drie keer zo groot dan in België. En een glas cola is vier keer zo groot dan in België. Komen ze bovendien ook nog eens om de vijf minuten met een grote kan rond om gratis je glas bij te vullen. Met cola.
Enkel met een glas wijn is het anders. Als je dat bestelt, krijg je altijd minder dan je had verwacht.

De auto:
Ook waar, de meeste auto's maken een vreselijk diep vroemmmmm geluid, zijn vierwielaangedreven en hebben een V6 of V8 motor. Dat is nergens voor nodig.

Waarom is dat zo?
Aan de wegen zal het niet liggen. Ik heb geen enkele plek in de VSA gezien die ook maar een beetje in de buurt kwam van de miserabele wegen in Haïti. In Haïti kan je niet zonder 4x4, in de US kan iedereen in principe met een Smart uit de voeten. Alle wegen in de US zijn superglad, superbreed en de meeste zijn heel recht. Ik begrijp plots waarom het het concept van 'cruise control' in Amerika is uitgevonden. Als je alleen maar rechtdoor moet gaan, er nergens files zijn en bovendien je linker voet helemaal niks te doen heeft omdat alle auto's met een automaat zijn uitgerust, kan je net zo goed nog een knopje ontwerpen dat je snelheid vasthoudt. Dan hoef je helemaal niks meer toe doen behalve op tijd aan de kant gaan staan omdat je in slaap dreigt te vallen. 
Aan de snelheidsregels zal het trouwens ook niet liggen. Geen enkele van al die zware motoren hoeft ooit zelfs maar in de toeren te gaan omdat je nergens snel mag rijden. De maximum snelheid op de snelweg is 110 km/u. 
Nee, het heeft volgens mij te maken met de goedkope benzine (véél goedkoper) én met het consumptiepatroon van de doorsnee Amerikaan. Als wij bijvoorbeeld 50% van ons budget uitgeven aan een huis en 10% aan een auto, zullen de Amerikanen die berekening eerder in de grootte orde van 40% voor de woning en 20% voor de auto zien . In South Caroline zagen we meer dan eens een schamele woning (eigenlijk een grote stacaravan) met twee grote wagens erbij. 
Trouwens, waarom kosten Subaru's in België zoveel meer dan in de VS?

De huizen:
Vele woningen zijn volledig uit hout. Dat hadden we niet verwacht. Ik vind het wel iets hebben: de vloeren die kraken, de trappen die kraken, de ramen die kraken, de deuren die kraken... Maar de inrichting, tja, dat is dan weer een heel ander verhaal. Amerikanen willen hun gevoel van overdaad ook terugvinden in hun interieur. Resultaat is vaak een aaneenschakeling van lelijke stoffen, lelijke kleuren en lachwekkend romantische slaapkamers (kitch versie van Laura Ashley). Dat effect zie je vooral in de iets sjiekere Bed&Breakfasts. Ze willen Europees doen, maar precies in het copieren is het fout gegaan. Blijkbaar hebben ze vooral de boekskes van de jaren negentig ingekeken. Ik vermoed dat onze B&B's tegenwoordig iets meer aan minimalisme doen. Het enige leuke aan die trend zijn eigenlijk de King Size bedden; die moeten zeker wel twee bij twee meter zijn! Heerlijk is dat om daar in weg te zakken.

maandag 6 juni 2011

Washington DC

Het stond niet op ons verlanglijstje, Washington DC. We hadden al zovele steden gezien, niet nog zo'n mastodont erbij alstublieft. Maar Susan en Peter, die er jarenlang gewoond hebben, vonden het een flagrante belediging als we in DC alleen maar onze auto zouden inleveren. "DC is zoveel meer dan Alamo Rental Cars". Tja, ze hebben een punt...



We hadden enkel een zondagnamiddag, maar dankzij een paar goede adviezen haalden we er het beste uit. We bezochten het witte huis (ziet er vrolijk uit, maar er zit een waar veiligheidscordon om heen), het Hirschorn museum en de Oost- en Westvleugel van het National Gallery museum. Eigenlijk maken al die musea deel uit van het "Smithsonian", dat is een gigantische zone van een paar kilometer met niets dan musea en kunstgallerijen. Alle musea die deel uitmaken van het Smithsonian zijn gratis. Wij waren vooral onder de indruk van de "Chester Dale collection" in de oostvleugel van de National Gallery en van de mobielen van Alexander Calder in de westvleugel van datzelfde gebouw. 




De volgende ochtend vroeg op. We leverden de auto weer in op de luchthaven, namen de metro naar Union Station (in DC heet de ondergrondse 'metro', in NY is dat de 'subway', en in Boston noemen ze hem de 'T'), en namen van daaruit de Boltbus naar achtereenvolgens New York en Boston. Het was een hele lange dag onderweg (gelukkig is er internet op de bus), maar tegen een uur of 8 die avond kwamen we goed en wel aan bij Ellen en Phuong in Cambridge, bij Boston.






donderdag 2 juni 2011

ASHEVILLE en ROANOKE

We denken vaak van onszelf dat we tolerant zijn ten opzichte van kleurlingen. Maar onze houding is meer dan eens hipocriet te noemen. We willen niet dat 'vreemdelingen' ons werk afpakken. Maar aan de andere kant zoeken we tot in Polen om goedkope zwartwerkers onze huizen te laten opknappen.

Wij hebben de Polen. Aan de andere kant van de oceaan hebben ze de Afro Amerikanen. Die liggen ook niet "in de smaak". Zeker niet in het zuiden van de Verenigde Staten; Waar dat dan wel begint, het zuiden? Wel, daar is niet iedereen het over eens, maar laat ons de lijn voor het gemak ter hoogte van Washington DC trekken. Alles onder DC is het zuiden, en precies daar zitten we al een weekje of drie rond te rijden. Deze zuidelijke staten (we rijden door Virginia, North Carolina, South Carolina) hebben een rijke geschiedenis, maar het is ook een erg bloedige. Nauwelijks 200 jaar geleden was slavernij hier nog een officiëel erkende vorm van inkomsten. En wat zie je vandaag? Ouders die hun kind liever niet naar een school sturen waar er teveel zwarte klasgenootjes het gemiddelde van de klas naar beneden dreigen te halen. Zwarte gemeenschappen in gure buitenwijken. Druk op de politiek om werk te maken van sociale woningbouw. Veel werklozen onder de zwarte bevolking.

Wat een lange intro om uiteindelijk in het zuidelijke stadje Asheville aan te komen. Wij hadden de indruk dat alle verdrukte progressieven, alle in het nauw gedreven homosexuelen en de hele daarbij horende art scene plots weer naar boven komen in Asheville. We vonden in Asheville geweldig leuke vintage winkeltjes, kleine mode designers en een pak kunstgallerijen. Wat ons nog het meest opviel: de tatoeages. Ik heb de indruk dat een kandidaat inwoner van Asheville meer kans maakt bij de burgemeester als hij of zij wat inkt kan tonen op het frêle vel.




En daarna door naar Quality Inn in Roanoke. Hoewel we meestal bij Servas families verbleven, hebben we ook onze portie Days Inns, Quality Inns en Motel 6's gehad.

Wat een lange weg tot Roanoke! Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, maar ik deed het een vierde keer. Weeral de Blue Ridge Parkway op, en weeral de afstanden verkeerd ingeschat.

link naar vier minuten rijden over de Blue Ridge Parkway

Toen we een afslag zagen naar het vlakbij gelegen dorpje 'Little Switzerland' reden we van de weg af, in de hoop dat iemand in het dorp ons zou kunnen helpen een kortere weg te vinden naar Roanoke.



Enter 'Books and Beans', een supergezellig winkeltje boordevol boeken en een expressomachien dat die dag helaas de geest had gegeven. De energieke jonge dame achter de kassa maakte echter veel goed. Ja, ze zou ons helpen met een kortere route. Ze begon haar zoektocht op Google Maps, en ging daarna naar de buurman ("ik laat jullie even alleen in de winkel, ga gerust in de salon zitten") om de routebeschrijving uit te printen. Daarna kletste ze nog een hele tijd door over haar leven en haar lief, uitte zich in duizend verontschuldigingen omdat het allemaal zo lang had geduurd en om het goed te maken schonk ze Ingrid bij het afscheid een kleine 'Cardinal' kado. (Cardinals zijn de rode vogels die je hier zo vaak ziet, en in het winkeltje verkochten ze kleine houten cardinals voor in de kerstboom.)


Ik weet niet, maar volgens mij zijn ze in het Zuiden héél erg open ten opzichte van vreemdelingen. Als ze niet zwart zijn. En al helemaal als ze uit Europa komen.

woensdag 25 mei 2011

CHARLESTON

Na een korte onderbreking in Myrtle Beach, kwamen we die avond rond een uur of vijf aan in de hostal die we de avond ervoor hadden geboekt omdat we geen Servas familie hadden kunnen vinden in Charleston. De "Not So" Hostal bleek een tegenvaller. Vreemd: nauwelijks twee jaar geleden overnachtten we bijna een jaar lang in dit soort basic hotelletjes (ofte opgewaardeerde jeugdherbergen), en nu vonden we het maar een vieze boel. Soit: we vonden al snel compensatie in de vorm van een heus Belgisch ijssalon, in het centrum van Charleston. 



Wie in de States woont en niet het geld heeft om van Europa te 'proeven', komt naar Charleston. Deze stad lijkt - in het centrum tenminste - een beetje op een sjieke Europese binnenstad. Prachtige gevels, een paar straten met de fameuze kinderkopjes, en vooral heel veel sfeer. Dat wordt nog in de hand gewerkt door water. De stad is letterlijk omringd door water. Een bijzonder mooie brug verbindt de Interstate highway met het historische centrum. 
Charleston is ook het meest zuidelijke punt van onze reis. En daar zijn we blij om: het is hier verdorie warm, misschien wel zo warm als in België! Vooral de combinatie van de hitte en de vochtigheid maken dat je hier geen stap vooruit komt zonder meteen beginnen zweten.

Toch een poging ondernomen in de swamps van de Magnolia Plantations. Het is een gemoedelijke wandeling van een mijl of twee over een soort moerasgebied. Gewapend met een fototoestel en verrekijker (maar helaas niet met een petje op ons hoofd) trokken we naar dit paradijs voor 'birdwatchers' waar we behalve honderden broedvogels, enkele alligators en één gifslang ook gezelschap kregen van een bejaard echtpaar dat al jaar en dag de vogels in dit park observeert. De man had een serieus fototoestel (zie foto) maar helaas geen vaste hand meer. Wat hij wel nog wist: "die alligator zat vorig jaar nog aan de andere kant van deze poel", of "het water heeft nog nooit zo laag gestaan in het moeras" (wat regenval betreft moet Charleston niet onderdoen voor Terkoest).








zondag 22 mei 2011

SOUTHERN BANKS, KILL DEVIL HILLS

We wisten niet dat George Washington de eerste president van de Verenigde Staten was. We wisten ook niet dat rond deze tijd van het jaar alle laatste jaars van het middelbaar hun 'prom night' hebben. Dat is een feestje waarbij iedereen er op zijn best uit ziet: de heren in smoking en de dames in avondjurk. Vaak lopen die dames bijzonder ongemakkelijk rond op naaldhakken en is de make up op hun gezicht redelijk lachwekkend. En we wisten vooral niet dat de oostkust vanaf New York bezaaid ligt met een lange en bijzonder smalle strook van eilandjes, ze noemen het ook de Barrier Islands. Die smalle strook beschermt de eigenlijke oostkust tegen stormen en - we gaan bijna het seizoen in - hurricanes. Iets beneden Washington DC gingen we op zoek naar de Outer Banks, een smalle strook van 320 km die langsheen heel de kust van North Carolina loopt. Eigenlijk is dat 320 kilometer zandstrand, enkel onderbroken door hier en daar een vuurtoren en een weg met een eindeloos aantal bruggen die in het midden van de eilandjes loopt. 



We boekten een hotel langs het strand in Kill Devil Hills, een laid back plaatsje waar we slechts één avond verbleven. Een paar uur daarvan zaten we in een restaurant waar de porties zo gigantisch groot waren dat de ober als vanzelf met isomo bakjes kwam aanzetten toen bleek dat we niet eens de helft hadden opgekregen. In datzelfde restaurant hadden ze ook de vreemde gewoonte om klanten liedjes te laten zingen door een microfoon. Karaoke, dus. Ik begrijp niet wat mensen daar in zien, maar Ingrid had daar veel meer goesting in dan in een dessert. Een liedje van The Carpenters en Carly Simon later hielden we het voor bekeken. De volgende dag bezochten we nog het museum van de gebroeders Wright. De allereerste succesvolle vlucht met een propellor aangedreven vliegtuig (30 seconden in de lucht gebleven) staat op naam van deze broertjes. Hun vlucht vertrok (en kwam ook aan), precies, in Kill Devil Hills. Waarom precies hier? Wel, er staat altijd een strakke wind uit dezelfde richting, én als je valt, maakt niet uit waar, val je altijd op zachte duinen.





maandag 16 mei 2011

HYANNIS, CAPE COD

Ingrid wilde even uitrusten in een hotel, dus boekten we een Days Inn in Hyannis, op Cape Cod. In de zomer stikt het hier van de toeristen. Ze nemen van hier de ferry naar Martha's Vineyard, of ze rijden nog een stukje verder over het schiereiland, tot helemaal in het puntje: Provincetown. Het regende twee dagen aan een stuk, terwijl het in België bijna 30 graden was en de heetste dag van het jaar werd genoteerd. We konden niet naar Martha's Vineyard omdat de ferry bij dit barslechte weer niet uitvoer, en we konden niet naar Provincetown omdat de bus nooit kwam opdagen aan de bushalte. Dus deden we maar waarvoor we in de eerste plaats naar hier waren gekomen: rusten. Op de kamer was HBO (het beste tv kanaal in de US) beschikbaar. Ons hoogtepunt in Hyannis: een concert van Lady Gaga op HBO!



zaterdag 14 mei 2011

SERVAS

Van nu af aan verblijven we bijna uitsluitend bij Servas gezinnen. 

Servas (www.servas.be) is een bijzonder leuke formule om rond te reizen en andere mensen te leren kennen. De organisatie stelt mensen in staat dichter bij elkaar te komen, elkaars cultuur te leren kennen en ondanks de diversiteit tussen mensen toch naar meer verdraagzaamheid te streven. Servas staat voor 16.000 "open deuren" over heel de wereld. In de Verenigde Staten alleen al zijn er duizenden gezinnen die hun huis met andere Servas leden willen delen.

Omdat we de gezinnen waar we verblijven ook telkens willen bedanken met een briefje, heb ik beslist om vanaf nu elk bezoek bij een Servas familie in het Engels te documenteren, zodanig dat die gezinnen in kwestie het verhaal dat ik erbij schrijf, ook kunnen begrijpen. 

Het vervolg kunnen jullie voortaan lezen onder de rubriek 'Servas' bovenaan deze pagina.